Kunnen robots eenzaamheid oplossen?
Stel je voor: je loopt een verzorgingshuis binnen en in de huiskamer zit een humanoïde robot naast een oudere mevrouw. De robot knikt, reageert, stelt vragen. Mevrouw lacht. Is dit de toekomst? En belangrijker: is dit goed, en is het genoeg?
De roep om technologische oplossingen voor eenzaamheid klinkt steeds luider. Logisch, het wordt steeds meer bekend dat problematische eenzaamheid ongeveer de helft van de bevolking treft en dat het ingrijpende gevolgen heeft voor de gezondheid, ook van die van het brein. Onderzoekers als Kate Darling van het MIT Media Lab stellen dat sociale robots een waardevolle rol kunnen spelen in het leven van eenzame mensen. En dan niet alleen voor ouderen, maar ook voor jongeren. Bedrijven als Hanson Robotics en startups als Humanoid AI brengen robots op de markt die bewust zijn ontworpen voor emotionele interactie. Ze luisteren. Ze herinneren zich wat je zei. Ze zijn er altijd.
Het klinkt verleidelijk. Zeker als je beseft hoe destructief eenzaamheid werkelijk is.
Eenzaamheid is een emotie
Voor de helderheid: eenzaamheid is een emotie. Een emotie die naar voelt, die ongemakkelijk is en die we allemaal kennen. Iedereen heeft wel eens de ervaring dat verbondenheid wordt verbroken. Hoewel dat naar voelt, is het niet erg. Eenzaamheid zorgt ervoor dat we ons bewust zijn van het feit dat we iets moeten doen om onze relaties goed te houden. Eenzaamheid op zich is dan ook niet echt een probleem. Het probleem ontstaat pas als we er niets aan doen. Door onmacht, of door onwetendheid of door onkunde. (Mooi he, drie O’s!) Want doe je niets aan eenzaamheid, krijg je niet de relaties waar jij je goed bij voelt, dan wordt eenzaamheid echt een probleem.
Eenzaamheid is een aanslag op je brein
Eenzaamheid verhoogt de productie van cortisol, tast de prefrontale cortex aan (het deel van je brein dat redeneren en besluitvorming stuurt) en activeert dezelfde pijngebieden als fysiek letsel. Dat is niet zo erg als het niet al te lang duurt. De neurowetenschapper John Cacioppo toonde echter aan dat langdurige eenzaamheid vergelijkbare gezondheidsschade aanricht als vijftien sigaretten per dag roken. Het is geen luxeprobleem. Het is een gezondheidsprobleem. En omdat het om bijna de helft van de bevolking gaat is het een volksgezondheidsprobleem.
Dus begrijp je de aantrekkingskracht van de robot. In een zorgsector die toch al onder druk staat, is het onwaarschijnlijk dat we eenzaamheid gaan aanpakken met meer mensen. Als er dus iets bestaat dat het gevoel van eenzaamheid kan doorbreken, waarom dan niet?
Verbondenheid is een psychologische basisbehoefte
Edward Deci en Richard Ryan ontwikkelden de Zelfbeschikkingstheorie, een van de meest robuuste theorieën over menselijke motivatie. Zij stellen dat mensen drie fundamentele psychologische basisbehoeften hebben: autonomie, competentie, en verbondenheid. Niet verbinding als prettige bijkomstigheid, maar als existentiële noodzaak, even wezenlijk als eten en slapen.
Verbondenheid, zo definiëren zij als: “De behoefte om een gevoel van nabijheid en verbondenheid met anderen te ervaren.”. Dat is een gemene definitie. Want als het mij lukt jou een gevoel van verbondenheid te laten ervaren, bijvoorbeeld door jou vol te stoppen met drugs, is dat dan echte verbondenheid? Volgens deze definitie wel. Maar ze gaan verder. Ze zeggen dat deze drie punten essentieel zijn: :
— (Belongingness): gaat om het gevoel een integraal onderdeel te zijn van een sociale groep, gemeenschap of relatie.
— Wederzijdse zorg: Het besef dat anderen om jou geven, maar ook de mogelijkheid om zelf voor anderen te zorgen.
— Authenticiteit: Het ervaren van relaties waarin je jezelf kunt zijn, zonder de angst om afgewezen te worden of je anders te moeten voordoen
En daar wringt de schoen. Een robot geeft niets terug. Niet werkelijk. Hij simuleert wederkerigheid, maar er is geen ander bewustzijn dat jou ervaart, dat geraakt wordt door wat jij zegt, dat ’s nachts wakker ligt omdat het gesprek van vanmiddag hem heeft aangegrepen. Een robot heeft geen huid die reageert op jouw aanraking, geen stem die trilt van ontroering, geen ogen die vochtig worden. Ook omgekeerd hoeft een robot niet getroost te worden, hoewel ik vermoed dat die functie er wel aan gaat komen…
Echte verbinding vraagt om het volledig gebruik van onze zintuigen: zien, horen, ruiken, voelen, soms ook proeven. Het vraagt om fysiek contact: de hand op je schouder, de omhelzing, de knie die de jouwe even aanraakt. Onderzoek naar huidcontact laat zien dat aanraking oxytocine vrijmaakt, het bindingshormoon dat angst dempt en vertrouwen opbouwt. Een robot kan dit nabootsen, maar nabootsen is niet hetzelfde als zijn. Een robot kan je het gevoel geven volledig geaccepteerd te worden, dat is technisch gezien een eitje. Maar het is wel nep.
Wij leren onszelf kennen door de ogen van een ander
In de jaren negentig ontdekte de Italiaanse neurowetenschapper Giacomo Rizzolatti per toeval de z.g. spiegelneuronen. Het zijn hersencellen die activeren wanneer je een handeling uitvoert, maar ook wanneer je diezelfde handeling bij een ander waarneemt. Dit systeem is de neurologische basis van empathie, van leren door imitatie, van het begrijpen van andermans emoties als waren ze die van jou.
Spiegelneuronen zijn de reden waarom je begint te gapen als een ander gaapt. Waarom je een grimas trekt als je iemand pijn ziet lijden. Waarom een kind leert praten, lopen en lachen… niet van een scherm of uit een handboek, maar door mensen om zich heen na te doen.
Wij spiegelen ons aan andere mensen. Wij groeien doordat we onszelf letterlijk terugzien in de reacties van een ander. In zijn verbazing over wat we zeggen, haar lach om onze grap, zijn stille aanwezigheid in ons verdriet. Dat is hoe wij onszelf als mens vormen. Dat is hoe wij ons goed voelen.
De vraag of een robot een mens kan vervangen laat ons eigenlijk de vraag stellen: wat is de essentie van de mens, van mens zijn? En dat is mens zijn met andere mensen. Niet voor niets is eenzame opsluiting de ergst denkbare straf voor de meeste wezens. Een mens is mens dankzij de relatie met andere mensen. Het is de kern van Ubuntu, maar ook Martin Buber stelde het al in zijn filosofische werken: Alle werkelijke leven is ontmoeting. Vervang de mens in de relatie door een robot, en de essentie van de relatie is weg en daarmee onmenselijk.
Maar er is een andere kant
Er zijn situaties waarin de illusie beter is dan de leegte.
Voor mensen met ernstige dementie die de complexiteit van menselijke interactie niet meer kunnen verwerken, kan een sociale robot rust en stimulans bieden. Voor mensen in extreme isolatie, of dat nu geografisch, lichamelijk of psychologisch is, kan technologische interactie een brug zijn. Voor iedereen die niet in staat is om menselijke relaties te onderhouden, zoals mensen met ernstige mentale aandoeningen, kan een robot een prachtige vorm van begeleiding zijn. Op die manier kunnen die soms zwaar overbelaste mensen worden ontzien.
In die gevallen: ja. Inzetten die robots. Zonder aarzeling.
Maar het is een noodverband, geen genezing. Want het is niet zo dat eenzaamheid wordt opgelost, het wordt hooguit draaglijker gemaakt. Daarnaast kan het mensen zodanig activeren dat ze zich daardoor beter gaan voelen. Dat is op zich al een doel dat robots kunnen bereiken. Of het daarvoor humanoïde robots moeten zijn is de vraag. Maar nogmaals, eenzaamheid lost het niet op. En laten we niet vergeten dat eenzaamheid bij oudere mensen voorkomt, maar dat het veel en veel vaker voorkomt bij mensen onder de 65.
Een mens heeft een mens nodig
We kunnen er niet omheen: mensen hebben mensen nodig. Om geboren te worden, om te groeien, om gelukkig te zijn. Met alles wat daarbij hoort. De misverstanden. De teleurstellingen. De vriend die te laat belt. De liefde die pijn doet. Het pijnlijke einde van een relatie. De collega die je mateloos irriteert en je toch iets leert. Het zijn precies die wrijvingen, die ongemakken, die onvoorspelbaarheid van echte mensen die de grondstof vormen waarvan jij en ik gemaakt worden.
Een echt mens geeft je ook de momenten die je nooit vergeet. De hand die je vasthoudt. De lach die je verrast. De baby in je armen. Het oog dat je ziet. Alleen een mens kan dat.
Daarom is het van levensbelang dat mensen leren hoe ze het best kunnen omgaan met eenzaamheid. Hoe ze hun kinderen kunnen laten opgroeien met vaardigheden in het omgaan met anderen. Dat we jongeren leren hoe belangrijk menselijke relaties zijn en hoe je die onderhoudt. En vooral dat we die miljoenen mensen die nu last hebben van eenzaamheid helpen. Mensen die al behept zijn met hersenveranderingen door chronische eenzaamheid verdienen geen robot, maar goed opgeleide, deskundige begeleiders.
Kunnen robots eenzaamheid oplossen? 

