De aanpak van eenzaamheid in Nederland

In dit artikel vind je hoe de aanpak van eenzaamheid in Nederland is georganiseerd en hoe dat zo is gegroeid. Maar eerst een inleiding. Want je opvatting van eenzaamheid bepaalt je aanpak. Dus eerst: wat is eenzaamheid eigenlijk?

Aanpak eenzaamheid in Nederland

Aanpak van eenzaamheid in Nederland 

Wat is eenzaamheid precies?

Wie op zoek gaat naar de aanpak van eenzaamheid in Nederland kan niet om de eerste hindernis heen: want wat bedoelen we eigenlijk met eenzaamheid? Het lijkt wel of er allerlei verschillende opvattingen over bestaan.

De een ziet eenzaamheid als persoonlijk probleem, de ander als een kans op ontplooiing. De een vindt dat het in de eerste plaats een maatschappelijk probleem is, de ander wil het zien als een stoornis. Eenzaamheid blijkt ook niet altijd als een probleem te worden gezien. 

Dus laten we eerst eens zien hoe in het verleden tegen eenzaamheid werd aangekeken, wie zich daarmee bezighielden en daarna bepalen wat we onder eenzaamheid verstaan. En dan iet zo maar eenzaamheid, maar eenzaamheid die een probleem vormt, eenzaamheid die dus om aanpak vraagt. 

Duizenden jaren geleden…

Hoewel eenzaamheid steeds meer aandacht krijgt, is het geen uitvinding van onze tijd. Sinds mensenheugenis is eenzaamheid een begrip. De oude Grieken en Romeinen hadden het er ook al over, hoewel we misschien sterk moeten betwijfelen of ze er precies hetzelfde mee bedoelden als wij.

Zo’n 800 jaar voor onze jaartelling, dus bijna drieduizend jaar geleden, kwam het al voor in het verhaal van Odysseus. De godin Kalypso bijvoorbeeld is verbannen uit de groep, met als lot dat zij steeds zou worden bezocht door mannen die haar daarna altijd weer zouden verlaten. Tel daarbij op het feit dat ze onsterfelijk was en je hebt een beeld van eeuwig terugkerende eenzaamheid op je netvlies. 

Middeleeuwse literatuur

In onze oudste literatuur, de vroegst middeleeuwse, onder meer in De Visioenen van Hadewych, wordt eenzaamheid steeds gebruikt in de betekenis van: in alle rust teruggetrokken, als een kluizenaar levend. Daar vind je niet de betekenis van: ellendig en verdrietig. Dan zie je dat in de 17e eeuw opeens het begrip eenzaamheid een aantal keer te vinden is in onze oude literatuur, bijvoorbeeld bij Bredero. Of zoals Joost van den Vondel zegt: “daar kan geen eenzaamheid mij kwetsen of verdrieten”. Dat impliceert duidelijk de pijn van eenzaamheid. De onduidelijkheid in de betekenis van eenzaamheid is niet van vandaag of gisteren. 

Twee uitersten

Voor de een is eenzaamheid een heerlijk rustig terugtrekken uit het gewoel der massa’s, bijvoorbeeld om een meesterwerk te scheppen of dan tenminste te mediteren over de wereld. Voor de ander is het een onlosmakelijk negatief deel van het mens-zijn, een stukje tranendal, zeg maar.

In de oude Japanse literatuur zie je zo’n zelfde verwarring: de ene keer is de eenzaamheid een melancholische toestand, een niet te benijden situatie waar je maar liever niet aan moet denken. De andere keer is het een heerlijke ervaring, een plek waar de schrijver zich rustig kan terugtrekken en kan concentreren op Grootse Literaire Prestaties.

Eenzaam maar niet alleen

Of je het gelezen hebt of niet, de titel van Koningin Wilhelmina’s boek kent iedereen: ‘Eenzaam, maar niet alleen’. Ze schreef over de eenzaamheid van het teruggetrokken zijn, weg van de drukte van mensen. Anderzijds gebruikte zij het woord om aan te geven dat zij de omgang miste met mensen, de gewone omgang, vrij van protocol en voorschrift. De eerste vorm kan een verademing zijn, een heerlijke, ongestoorde rust. De tweede is dat je merkt geen aansluiting te hebben, geen verbinding te voelen met mensen, niet de kans te hebben hen tot dierbaren te maken. 

Onduidelijkheid over het begrip eenzaamheid

Van mystieke ervaring van waaruit Grootse Gedachten ontstaan, tot het existentiële vrijheidsconcept van Sartre, waarin eenzaamheid ons enig mogelijke lot is; ieder heeft een eigen invulling van wat eenzaamheid betekent. Soms gebruiken mensen het woord ‘alleen’ om aan te geven dat ze tot hun verdriet niemand hebben, terwijl ze ‘eenzaamheid’ zien als een rustige tijd van lekker alleen zijn. Of van het leven van eenzame oude losers…Die spraakverwarring duurt tot de dag van vandaag. In Nederland zijn de publicaties van de Rijksoverheid vaak niet erg duidelijk over het begrip. Dat ouderen centrum van aandacht zijn is meteen te zien bij de eerste kennismaking. Zelfs de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) heeft moeite met het begrip.

Wetenschap als bron

Wie uit interesse in de wereld van de wetenschap op zoek gaat naar specifieke informatie over eenzaamheid en in de boeken duikt, zoals ik heb gedaan, zal ontdekken dat er iets vreemds aan de hand is. Want hoewel eenzaamheid oeroud is, zul je niet veel wetenschappelijke boeken en andere publicaties vinden die handelen over eenzaamheid en die ouder zijn dan een jaar of vijftig. Systematisch verworven kennis die ouder is dan een jaar of vijftig; voor eenzaamheid valt het nogal tegen. 

Hieronder volgt een volstrekt onvolledig overzicht van hoe de wetenschap zich heeft gebogen over het fenomeen eenzaamheid. 

Johann Zimmermann

Een paar eeuwen geleden (1728-1795) was er Johann Georg Ritter von Zimmermann, die jarenlang het onderwerp bestudeerde en er diverse boeken over schreef. Hij was een wetenschapper van zijn tijd: beschrijvend, ponerend, filosoferend. Hij was ook kind van zijn tijd in ander opzicht: eenzaamheid was voor hem een bron van inspiratie en creativiteit, een afzondering van de maatschappij die de keus van het individu was.

Eenzaamheid mocht volgens hem niet te lang duren, de mens moest wat hij in eenzaamheid had geleerd ten goede van de wereld brengen. Je ziet dat zijn opvatting van eenzaamheid geen vorm van lijden is. 

Johann Georg Ritter von Zimmermann publiceerde over eenzaamheid
Johann Georg Ritter von Zimmermann

Filosofie, de storytellers

Filosofen en andere schrijvers houden zich al eeuwen bezig met eenzaamheid. Het komt er als vanzelf bij kijken, als onontkoombaar onderdeel van het leven. Dus wordt het door deze en gene filosoof als het ware meegepakt in het grote verhaal. Daarbij moet je steeds in de gaten blijven houden dat er steeds, ook onder filosofen, onduidelijkheid is over wat ieder verstaat onder die eenzaamheid.

Dat was vroeger zo, dat geldt tot op de dag van vandaag. Wie bijvoorbeeld het boek van Zweistra leest (Verkeerd verbonden) kan er niet omheen: hij hanteert geen duidelijk omkaderd begrip. In meer boeken over eenzaamheid kom je dat tegen: de auteur weet niet te kiezen welk begrip zij wil hanteren. 

De ene keer gaat het over de eenzaamheid na het overlijden van de partner, de andere keer over de geneugten van een teruggetrokken kluizenaarsleven, weg van de eisen van het gewone leven. Zo komt Paula Lampe in haar boek ‘Eenzaamheid begrepen’ uiteindelijk tot de conclusie: ‘eenzaamheid is pijn aan het zelf’. In haar overtuiging lost eenzaamheid vanzelf op door die ‘gevoelige, gapende holte rijkelijk met eigenliefde … (te) vullen’. 

Een eigentijdse filosoof als Ben Mijuskovic heeft jaren en jaren van zijn leven besteed aan het uitpluizen van de ideeën van anderen over eenzaamheid. Hij heeft er meerdere boeken over gepubliceerd. Zijn visie is niet erg opwekkend, hij denkt namelijk dat wij mensen gedoemd zijn in eenzaamheid te leven. Geen vrolijke kost, maar als je echt het onderwerp wilt tackelen kun je niet om hem heen

Theologie

Theologen houden zich natuurlijk al eeuwenlang bezig met de mens en diens eenzaamheid. Je ziet dan ook dat er heel wat boeken zijn geschreven waarin eenzaamheid als negatief wordt beschreven waarna, hoe kan het anders, de oplossing in de relatie met god gezocht moet worden.

Dat geldt overigens niet alleen voor Christenen. Een hedendaags advies voor Moslims van een online Islam-coach luidt: “Eenzame momenten zijn tekens van Allah dat Hij jou op die momenten voor Zichzelf wil. Wanneer jij Hem veelvuldig gedenkt zal Hij gunsten voor jou klaar maken.” 

Steemers-van Winkoop

In Nederland was het Myriam Steemers- Van Winkoop die in 1986 als theologe promoveerde op het onderwerp. Steemers-van Winkoop laat die verwarring over wat eenzaamheid is al in de titel van haar dissertatie: “Eenzaamheid – Voorrecht voor een enkeling, noodlot voor velen” duidelijk zien. Het boek verscheen in 1986.

Steemers stelt: “Weinig filosofen hebben met zoveel ervaring over eenzaamheid geschreven als Kierkegaard”.  In dit boek van 373 pagina’s wordt Kierkegaard 201 keer genoemd. Maar hij is niet de enige die aan het woord komt. In haar boek beschrijft Steemers een groot aantal opvattingen over eenzaamheid. Daarbij laat ze zien wie tot de jaren tachtig van de vorige eeuw een stempel hebben gedrukt op ons denken over eenzaamheid. 

Theologen

Mensen die zich bezighouden met ondersteuning vanuit theologische hoek zijn altijd al van mening geweest dat zij impliciet hulp bieden bij eenzaamheid. En zeker, als het gaat om troost, steun en ‘er zijn’, zijn geloofsgemeenschappen en religieuze leiders bij uitstek degenen waar je op terug kunt vallen. Of zoals veel mensen zeggen over deze ervaring: ‘Ik voel mij gedragen’.

Of er ooit in theologische kring onderzoek is gedaan naar de effecten van hulp bij eenzaamheid, daar kom ik niet achter. Dat momenteel (2022) bijvoorbeeld bij Religienet, een aanbieder van geestelijke zorg online, het thema eenzaamheid niet voorkomt in het aanbod, zegt misschien niet alles, maar hoopgevend is het niet.  

Laat helder zijn: iedere steun die mensen elkaar geven is belangrijk en prachtig. Maar als het gaat om een probleem dat anno 2022 als groot maatschappelijk en gezondheidsprobleem wordt beschouwd, mag je verwachten dat de aanpak ervan enige wetenschappelijke onderbouwing kent. 

Psychologie

Vanuit de hoek van de psychologie was er in elk geval tot eind vorige eeuw geen bijzondere belangstelling voor dit verschijnsel. Vreemd, want eenzaamheid is zo oud als de mensheid. Eerlijk is eerlijk, de psychologie als wetenschap bestaat zelf pas sinds 1879. In dat jaar vestigde Wilhelm Wundt als eerste een echt psychologie laboratorium in Leipzig. Een ‘echt’ laboratorium, waar dus experimenten plaatsvonden. Heel belangrijk werk, waar veel latere psychologen op voort konden borduren. Maar stond eenzaamheid op het menu? Nee, in 1879 niet. 

Psychologie heeft zich enorm kunnen ontwikkelen door zich te richten op het testen van mensen. Daarmee was het een interessante wetenschap voor werkgevers, onder andere voor defensie. Sinds de tweede wereldoorlog is de psychologie zich sterker gaan ontwikkelen in allerlei richtingen, wat je hier in een oogopslag kunt zien op Wikipedia. Bij elk van die richtingen zou het bestuderen van eenzaamheid zin hebben. Toch gebeurde dat niet.

In 2000 staat eenzaamheid nog steeds niet standaard op het menu. Destijds waren er vijf encyclopedieën van de psychologie in omloop in Nederland. Bedenk dat dit het pre-Google tijdperk was. In geen enkele was het onderwerp eenzaamheid opgenomen. Het had geen lemma. In het buitenland, met name in de VS, waren er wel degelijk mensen actief op het gebied van onderzoek naar eenzaamheid vanuit een psychologisch perspectief, in Nederland niet.

Geen standaard onderwerp

Tot op de dag van vandaag is eenzaamheid geen onderwerp dat standaard is opgenomen in het curriculum van aankomende psychologen. Er is gelukkig wel degelijk vooruitgang geboekt. Steeds meer psychologen beseffen dat eenzaamheid als emotie, als gevoel, bestudering verdient. Zo zijn in Nederland sinds kort psychologen betrokken bij het ontwerpen van interventies bij eenzaamheid, een tak van sport die tot op heden bij het ‘Sociaal Domein’ ligt. Daarover later meer.

Zolang je geen probleem ziet, doe je geen onderzoek naar een verschijnsel. Zolang je geen  onderzoek doet naar het verschijnsel, vind je ook geen oplossing voor het probleem. De aanpak van eenzaamheid kwam dan ook niet van psychologen. 

Juliette Holt-Lunstad

Een psycholoog die internationaal bekendheid kreeg met haar publicaties over eenzaamheid, is Juliette Holt-Lunstad. Alleen, in eerste instantie was het woord eenzaamheid niet op haar radar en publiceerde ze over sociale relaties (of het ontbreken daarvan). Zo publiceerde ze in 2010 haar onderzoek naar de gevolgen van gebrek aan sociale relaties op mortaliteit.

Dat gebrek aan sociale relaties een zo groot effect heeft op vroegtijdig overlijden schokte velen. Het woord ‘eenzaamheid’ kwam maar vier keer voor in het artikel. Niet in de titel en niet in de abstract. Wie zocht naar artikelen over loneliness kwam het niet tegen. 

Sociologie

De wetenschap waar het meest onderzoek is gedaan naar eenzaamheid is zonder twijfel de sociologie. En vanuit de sociologie komt een spruit, de Sociale Gerontologie. Gerontologie is de tak van sport die zich bezig houdt met het leven van ouderen, zowel in lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk opzicht. Door de intuïtieve opvatting dat eenzaamheid bij oud zijn hoort, iets dat ook wel een ‘common sense’ opvatting heet, werd eenzaamheid vanzelfsprekend een terrein van de gerontologie. Want ook in de wetenschap is intuïtie vaak de eerste aanzet tot het doen van onderzoek. 

Ter illustratie: een zoekopdracht bij Google Scholar (een zoekmachine voor wetenschappelijke publicaties) naar publicaties over eenzaamheid (zoekterm: loneliness) leverde 15000 resultaten op in 2016. In 2020 waren dat er 70000 – verschenen sinds 2016. Liet je alle resultaten weg waarin ‘elderly’, ‘old’ en ‘older’ voorkomen, dan waren het er voor 2016 nog 169. En in de periode 2016 tot 2020 waren dat er 18000.

Alleen al in het eerste kwartaal van 2022 meer dan 10000, waarvan 3000 niet gericht op ouderen…  Er is dus wel wat veranderd in de omvang van onderzoek naar eenzaamheid, maar veruit het meest is nog steeds geconcentreerd rond ouderen. Een aanvraag voor onderzoek naar eenzaamheid is vrijwel altijd een aanvraag voor onderzoek naar ouderen. 

In Sociologie is eenzaamheid als thema altijd deel van de vraag: hoe gaan mensen met elkaar om? De intermenselijke kant is onderwerp van onderzoek. Wat het individu aangaat, dat is dan weer de taak van de psychologie, maar in grote lijnen is onderzoek naar eenzaamheid altijd onderzoek geweest op het terrein van de sociologie.

Alleen… dan ging het niet om eenzaamheid als onderwerp, maar als gevolg-van. Eenzaamheid als gevolg van uitsluiting, als gevolg van foute relaties, als gevolg van maatschappelijke ellende… maar wat eenzaamheid is, werd vaak niet eens gedefinieerd. 

Tot op de dag van vandaag is er onduidelijkheid over wat wetenschappers verstaan onder eenzaamheid.

In 2006 verscheen een artikel van Heinrich en Gullone (The clinical significance of loneliness: A literature review), waarin eenzaamheid werd gepresenteerd als “a crucial marker of social relationship deficits”, waarbij de auteur ervoor pleit om eenzaamheid als apart onderwerp te beschouwen en ‘loneliness should command clinicians’ attention in its own right’. In 2006. Als advies van de wetenschap aan de praktijk. Er werd een definitie van eenzaamheid gegeven (Peplau & Perlman, 1982) die veel wordt gebruikt, maar die onder invloed van neurowetenschap op de tocht staat. Deze definitie heeft veel invloed gehad op de aanpak van eenzaamheid. Daarover later meer. 

Gerontologie

De zilveren revolutie. De grijze golf. De opkomst van de Boomers. Dreigende dementie. Eind vorige eeuw waren het de pensioenfondsen die zich als eerste zorgen maakten: hoe houden we die pensioenen betaalbaar als meer mensen ouder worden en steeds minder werkenden die bedragen moeten opbrengen? Destijds begon het besef te dagen: de bevolkingssamenstelling verandert. Demografen begonnen aan de bel te trekken. 

Het kwam op regeringen af als een dreigende boodschap: straks zijn er meer ouderen dan jongeren, we moeten ons wapenen tegen deze enorme dreiging. Zo kwam de gerontologie in beeld: de wetenschap die zich bezighoudt met het leven van ouderen. Gerontologie is een combinatie van disciplines, allemaal gericht  op het leven van de ouder wordende mens. De Nederlandse Vereniging voor Gerontologie is opgericht in 1946. Op de website van deze vereniging is een korte geschiedenis opgenomen. 

Zo kwam er meer en meer aandacht voor de maatschappelijke gevolgen van vergrijzing: dat moest wel een maatschappij opleveren waar eenzaamheid aan de orde van de dag is. Daar moeten we iets aan doen! Vanuit de naïeve opvatting dat eenzaamheid een ouderenprobleem is, werd onderzoek na onderzoek gefinancierd dat oud en eenzaam combineerde. De invloed van gerontologen op de ideeën over eenzaamheid is in Nederland enorm geweest. 

De Jong Gierveld en Van Tilburg

Enkele van de meest bekende onderzoekers die wereldwijd invloed hebben gehad op het onderzoek naar eenzaamheid, komen uit Nederland. In Amsterdam is sinds 1984, toen Jenny de Jong haar boek: Eenzaamheid: Een meersporig onderzoek presenteerde, aan de Vrije Universiteit een enorme berg kennis over eenzaamheid verzameld. Het belang hiervan kan nauwelijks overschat worden.

Zij en onder meer Theo van Tilburg, hebben zich jarenlang sterk gemaakt voor onderzoek naar (meten van) eenzaamheid. Internationaal is een van de meetinstrumenten waarmee het voorkomen van eenzaamheid in een bevolking wordt onderzocht, de zg. ‘eenzaamheidsvragenlijst’. Het voert te ver om hier meer over te zeggen, je leest er hier meer over

Hun doelgroepen bestonden uiteraard uit ouderen; Jenny Gierveld was als persoon enorm betrokken bij eenzaamheid van oudere vrouwen. Als Sociaal Gerontoloog was Theo van Tilburg gefocused op het sociaal functioneren van oudere mensen. Zodra er dus iets werd gepubliceerd vanuit ‘de wetenschap’, was dat vaak vanuit ‘de gerontologie’. Dat het effect hiervan is geweest dat eenzaamheid steeds meer werd gezien als een probleem van oude mensen, is onder meer te zien in de publicaties over eenzaamheid, die jarenlang gekenmerkt werden door ‘grijze koppen en rollators’. 

Als het ging om aanpak van eenzaamheid, was daarom ook de vraag: hoe pakken we de eenzaamheid van ouderen aan. Vanuit de gerontologie is een aantal vormen van aanpak ontwikkeld, uiteraard uitsluitend gericht op ouderen. 

Multidisciplinair

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was er in Amerika een revolutie gaande. De revolutie naar neurowetenschappen. Nieuwe methoden om te meten wat er in het brein gebeurt bij mensen en mogelijkheden om te meten wat hormonen doen in het lichaam, maakten heel nieuwe manieren van bestuderen van allerlei fenomenen mogelijk. Ook in sociale situaties.

John Cacioppo en met name Gary Berntson ontdekten dat sociale situaties enorme fysieke invloed hadden en zelfs genetische expressie beïnvloeden. Dat betekent dat als je ergens aanleg voor hebt, het van de sociale situatie afhangt of die aanleg zich ontwikkelt of ongebruikt blijft. Hoe je sociale relaties zijn beïnvloedt dan ook je hele leven. 

John Cacioppo

John Cacioppo was werkzaam aan de Universiteit van Chicago. Hij richtte het ‘University of Chicago Center for Cognitive and Social Neuroscience’ op. Hij was promotor van sociale neurowetenschappen en werkte aan de afdelingen psychologie, afdeling psychiatrie en gedragsneurowetenschappen tot zijn dood in maart 2018.

Zijn werk is van enorme invloed geweest, niet alleen omdat hij zelf diverse onderzoeksgebieden met elkaar combineerde, hij bracht ook vooral mensen bij elkaar die vanuit allerlei wetenschapsgebieden hun kennis deelden. Zijn boek ‘loneliness’ is tot de dag van vandaag het standaardwerk over de biologische grondslagen van eenzaamheid.

Prof. Cacioppo voor Eenzaamheid Informatie Centrum

Cacioppo wees herhaaldelijk op de fysieke gevolgen van eenzaamheid op het brein, vooral bij de meest sociale diersoorten. Hij durfde de conclusie wel aan dat voor de mens als mega-sociale diersoort dat effect minstens zo groot zou zijn. Daardoor is het gedrag van mensen die zich eenzaam voelen anders is dan van mensen die geen last hebben van eenzaamheid. Het brein reageert op te lang durende eenzaamheid door anders te functioneren en op den duur door andere structuren te vormen, zoals ook de Radboud Universiteit in 2020 meldde

Vergelijkbare hersenveranderingen zie je bij mensen die langdurige stress ondergaan.  De prefontale cortex krimpt door langdurige stress. Daarmee wordt leren, beslissingen nemen en dingen onthouden lastiger. Bekend is dat langdurige stress zelfs tot een IQ daling van zo’n tien punten kan leiden. Mensen die lijden aan langdurige eenzaamheid hebben dat ook. Maar bij eenzaamheid speelt er nog meer.

Langdurige eenzaamheid veroorzaakt namelijk eenzaamheid. Het is echt een neerwaartse spiraal. Dat maakt het voor mensen die zich wat langer eenzaam voelen op zijn zachtst gezegd heel lastig zelf hun probleem op te lossen. Het is vreemd dat Cacioppo desondanks van mening was dat mensen het met zijn stappenplan wel zelf kunnen oplossen. Een systematische aanpak kwam dan ook niet bij hem vandaan. 

Sinds 2010 kun je spreken van een internationale explosie van onderzoek naar eenzaamheid, sociale relaties en het ontbreken daarvan, en isolement. In de pers werd daardoor al hier en daar gesproken van een pandemie van eenzaamheid. Dat dat onzin is, bewijzen de cijfers: eenzaamheid was altijd al een groot probleem, zolang we metingen doen. Als er al iets is veranderd, dan is het dat eenzaamheid (zeer) licht is afgenomen. Toch blijft het lastig hier keiharde uitspraken over te doen, omdat onderzoekers uiteenlopende definities geven van eenzaamheid.

Kortom, wat is eenzaamheid?

Je zou denken dat nu zoveel wetenschappers zich over het onderwerp hebben gebogen, dat er dan ten minste overeenstemming is over wat ze eronder verstaan. Dat is helaas niet zo. Er zijn nog steeds wetenschappers die de mening verkondigen dat eenzaamheid goed is voor een mens, omdat iedereen het nodig heeft af en toe in afzondering te leven… Dat is die oude opvatting van Zimmermann. Laten we dat nou voortaan solitude noemen, dan is dat tenminste duidelijk: eenzaamheid is een negatieve ervaring. 

Eenzaamheid is net als pijn een negatieve ervaring, maar daardoor niet meteen een probleem. Langdurige eenzaamheid is dat wel. Langdurige eenzaamheid heeft vergaande consequenties voor de persoonlijke gezondheid. Door de omvang van het probleem zijn die gevolgen ook voor de volksgezondheid en de zorg enorm. Zo is het ook een maatschappelijk probleem met grote financiële consequenties. Dat roept om aanpak. Maar hoe dan? Want het maakt nogal wat uit van welke denkrichting je vertrekt. 

Eenzaam of geïsoleerd

Eenzaamheid als een emotie is een ander concept dan eenzaamheid als situatie. Dat is dan ook precies het verschil dat gemaakt wordt tussen enerzijds eenzaamheid, of een ervaren gebrek aan verbondenheid, en anderzijds een feitelijke situatie van alleen-zijn. Je kunt alleen-zijn beschouwen als een momentopname, of als een duurzame situatie. in het laatste geval spreken we van sociaal geïsoleerd: geen of een minime netwerk hebben.

Beide vormen van alleen-zijn, dus zowel de kortdurende als de permanente, gaan niet noodzakelijkerwijs samen met eenzaamheid. Ieder mens vindt het af en toe fijn alleen te zijn, en sommige mensen houden ervan helemaal alleen te leven. Sociaal isolement kun je om uiteenlopende redenen beschouwen als ongewenst, maar het is iets anders dan eenzaamheid. Het is zeker niet gezegd dat mensen lijden onder alleen-zijn. 

Anders is het met eenzaamheid. Eenzaamheid is in onze tijd altijd negatief: het geeft altijd een tekort aan. Eenzaamheid is een emotie, een reactie van het lichaam op een feitelijke situatie, namelijk een onvervulde behoefte. Dat het negatief is, dat het lijden betekent, dat het een tekort is, daar is vrijwel iedereen het over eens.

Toch zijn er grote verschillen in opvatting over de oorzaak. Die verschillen betekenen vaak meteen ook dat er verschillen in opvatting zijn over wat je aan eenzaamheid zou kunnen doen. Die verschillen in denkrichting zie je terug in de aanpak van eenzaamheid in Nederland. Movisie heeft een aardig overzicht gemaakt van de denkrichtingen die je terugziet in de interventies die in het sociale domein gebruikt worden als inzet tegen eenzaamheid. 

Perlman en Peplau gaven in 1982 al acht theoretische benaderingen van eenzaamheid en er zijn er sindsdien nog meer bijgekomen. 

Die eerste acht:

  • psychodynamisch
  • fenomenologisch 
  • existentieel-humanistisch
  • sociologisch
  • interactionistisch
  • cognitief
  • privacy
  • systeemtheoretisch

Voor een korte beschrijving kun je nog steeds terecht bij Perlman en Peplau. Een aantal van deze benaderingen heeft het niet gehaald en is door de mode van de dag ingehaald. 

Terwijl wetenschappers nog dagelijks aan het scherpslijpen zijn om eenzaamheid te definiëren aan de hand van voortschrijdend inzicht, doen er behoorlijk uiteenlopende opvattingen over eenzaamheid de ronde buiten de wereld van de wetenschap. Daar waar mensen hulp zoeken. Daar waar hulpverleners met een aanbod leuren. 

Vier denkrichtingen

Er zijn momenteel vier overheersende theorieën over eenzaamheid. Dat zijn de interactionistische, psychodynamische, existentiële en cognitieve benaderingen. 

Interactionistische theoretische benadering 

Robert Weiss wordt beschouwd als een vooraanstaande vertegenwoordiger van de interactionistische benadering. Deze benadering komt voort uit de gehechtheidstheorie die stelt dat eenzaamheid ontstaat door de combinatie van de afwezigheid van een adequaat sociaal netwerk en het ontbreken van een intieme figuur (Singh en Kiran, 2013).

In 1973 baande zijn boek met de titel “Eenzaamheid: de ervaring van emotionele en sociale isolatie” een nieuwe weg voor de manier waarop gevoelens van eenzaamheid worden onderzocht, waargenomen en geconceptualiseerd. Weiss stelde dat eenzaamheid de tekortkoming is van iemands basisbehoefte aan relaties die ontstaan ​​wanneer iemands sociale behoeften onvoldoende worden bevredigd. Weiss (1973) stelt ook dat er twee verschillende soorten eenzaamheid zijn: emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. 

Weiss (1973) beschouwt emotionele eenzaamheid als het gevolg van het ontbreken van emotionele connecties als gevolg van tekortkomingen in intieme relaties. Het verlies van een geliefde, echtscheiding en afwezigheid van vrienden zijn mogelijke oorzaken van emotionele eenzaamheid. 

Sociale eenzaamheid is echter het gevolg van het waargenomen gebrek aan sociale relaties. Verhuizen naar een nieuwe sociale omgeving, werkloos zijn, uitgesloten worden van de gemeenschap zijn voorbeelden van mogelijke triggers voor dit soort eenzaamheid. 

De theorie van Weiss (1973) geeft dus gewicht aan zowel de kwaliteit als de kwantiteit van sociale en emotionele relaties, waarbij beide vormen van eenzaamheid hun eigen symptomen opleveren. Emotionele eenzaamheid kan angst, depressie, spanning en zelfs vijandigheid veroorzaken, terwijl sociale eenzaamheid kan leiden tot verveling, opwinding en rusteloosheid (Vogiatzoglou, 2008). 

Er zijn een aantal onderzoeken die eenzaamheid meten op basis van de conceptuele en theoretische benadering van Weiss, zoals Dahlberg en Mckee’s (2014) in het VK uitgevoerde studie die tot doel had modellen van sociale en emotionele eenzaamheid bij 1255 oudere volwassenen te ontwikkelen. 

Factoren zoals weduwe zijn, beperkingen ervaren bij het uitvoeren van gewenste activiteiten en het ervaren van een gebrek aan informele zorg, voorspelden allemaal significant emotionele eenzaamheid. Factoren zoals weinig contact met vrienden en weinig activiteit waren significante voorspellers van sociale eenzaamheid. 

De interactionistische benadering van Weiss (1973) is echter bekritiseerd omdat de oorzaken van eenzaamheid uitsluitend aan negatieve factoren worden toegeschreven. Studies naar eenzaamheid tonen aan dat andere factoren, die niet per se negatief zijn, zoals leeftijd (Holmèn et al, 1992; Victor et al, 2002; Hawkley en Cacioppo, 2007), cultuur (Chalise et al, 2010; Lou en Ng, 2012, Fokkema et al, 2013), en geslacht (Golden et al, 2009; Thomopoulou et al, 2010; Wang et al, 2011) ook bijdragen aan de vorming van eenzaamheid. 

Psychodynamische theoretische benadering 

Een andere belangrijke benadering om eenzaamheid te verklaren is afkomstig van psychodynamische theoretici. Dit type theorie benadrukt tekortkomingen tijdens de hechtingsfase als de belangrijkste oorzaken van eenzaamheid op latere leeftijd. Mensen die niet de sociale vaardigheden hebben om in de vroege kinderjaren intieme relaties met hun ouders te ontwikkelen, hebben meer kans op eenzaamheid op latere leeftijd. 

Dit perspectief beschouwt eenzaamheid als een gemoedstoestand die symptomatisch is voor neurose (Singh en Kiran, 2013). Sullivan (1953) en Fromm-Reichmann (1959) zijn twee van de belangrijkste vertegenwoordigers van deze benadering. Deze theoretici beschouwen eenzaamheid als een pathologisch fenomeen dat optreedt vanwege iemands moeilijkheden bij het vormen van sociale relaties (Donaldson en Watson, 1996). 

De psychodynamische benadering is echter uitsluitend gebaseerd op klinische observaties van mensen met een psychische aandoening (Perlman en Peplau, 1982). Er is betoogd dat deze benadering andere belangrijke invloeden van eenzaamheid negeert, zoals cultuur, leeftijd en het ervaren van rouwverwerking (Donaldson en Watson, 1996). 

Existentiële theoretische benadering 

Een andere invloedrijke theoretische benadering is de existentiële theorie. Twee vooraanstaande aanhangers van deze benadering zijn Tillich (1963) en Moustakas (1972) en in ons land Jorna (2012)  die stellen dat alle mensen ‘uiteindelijk alleen’ zijn en dat eenzaamheid voortkomt uit afgescheidenheid die ‘een existentiële voorwaarde voor het bestaan ​​van mensen’ is (Perlman en Peplau, 1982:126). ). 

Volgens deze opvatting moeten mensen omgaan met hun eenzaamheid, vaak door middel van escapisme en andere verdedigingssystemen om het gevoel van eenzaamheid te vermijden. Existentialisten verdelen eenzaamheid in ‘echte eenzaamheid’ en ‘angst-eenzaamheid’. 

Echte eenzaamheid heeft betrekking op het besef dat mensen alleen zijn in het leven, van geboorte tot dood. Angst-eenzaamheid wordt gekarakteriseerd als een reactiemechanisme dat mensen ontwikkelen om dat besef van hun eenzame bestaan ​​niet onder ogen te hoeven zien (Perlman en Peplau, 1982). De existentiële theorie maakt geen onderscheid tussen de subjectieve en objectieve notie van alleen voelen (Donaldson en Watson, 1996), wat een van de belangrijkste beperkingen is. 

Vanuit een existentieel perspectief is het duidelijk dat eenzaamheid een “existentiële toestand” is, onlosmakelijk verbonden met het leven. Existentiële theoretici lijken daarom mensen als eenzaam te beschouwen zonder hun keuze ter zake te erkennen. Mensen die liever alleen zijn, voelen zich niet altijd eenzaam, terwijl mensen die zich eenzaam voelen niet altijd alleen zijn. 

Cognitieve theoretische benadering

De cognitieve benadering benadrukt het belang van cognitieve processen bij het ervaren van, en ook bij het manipuleren en verlichten van van eenzaamheid. Peplau en Perlman (1982), belangrijke pleitbezorgers van de cognitieve benadering, stellen dat eenzaamheid het gevolg kan zijn van het waargenomen tekort aan bereikt in vergelijking met gewenste sociale relaties. De uitkomst van een denkproces dus. 

Ze stellen ook dat een van de meest opvallende aspecten van deze benadering de mediërende effecten zijn. Dat wil zeggen, cognitieve processen fungeren als een bemiddelende factor tussen waargenomen eenzaamheid (sociale tekortkomingen) en de intensiteit van de ervaring ervan. Het ervaren van eenzaamheid kan bijvoorbeeld worden gemanipuleerd, verlicht of zelfs voorkomen door cognitieve processen zoals iemands sociale vaardigheden en het gevoel van eigenwaarde. 

Op basis van de attributietheorie legt de cognitieve benadering de nadruk op situationele en omgevingsattributies, evenals op gedrags- en persoonlijkheidskenmerken. (Attributie is het zoeken naar of het toeschrijven van oorzaken van bijvoorbeeld ziekte of problemen, bij jezelf of bij een ander.) De cognitieve benadering lijkt potentiële culturele effecten op eenzaamheid te negeren. 

Sinds het hoogtepunt van de cognitieve psychologie is er heel wat commentaar gekomen op deze zienswijze. Het blijkt dat wij als mens veel minder handelen op basis van cognitieve processen, dan op basis van emoties, al maken we onszelf vaak iets anders wijs. Feitelijk zijn beide volstrekt met elkaar verweven. 

Dit zijn natuurlijk scherpslijperijen van wetenschappers en dit is het topje van de ijsberg. Zo had Marjan Slob laatst weer een nieuwe definitie van eenzaamheid: het gevoel afgezonderd te zijn, maar pas als je het eenzaamheid noemt. Volgens haar moet je een taal hebben om woorden te geven aan een gevoel, anders heb je de ervaring niet. Volgens haar kunnen dieren zich dus ook niet eenzaam voelen, omdat ze geen naam geven aan het gevoel…

Ik blijf – eigenwijs, hoe kan het anders – bij mijn eigen definitie:

Eenzaamheid is het fysiek ervaren van een tekort aan patronen van verbinding met andere mensen. 

Waarom zijn die definities zo interessant?

De definitie waar je vanuit gaat bepaalt welke hulp je wilt geven. 

Als je denkt dat eenzaamheid er nu eenmaal bij hoort en dat je eenzaam voelen een vlucht uit de werkelijkheid is (existentiële opvatting), dan is oplossen van eenzaamheid helemaal geen optie. Sterker nog: mensen moeten eenzaamheid durven voelen! 

Denk je dat eenzaamheid wordt veroorzaakt door een tekort aan sociale contacten, (interactionistisch) dan organiseer jij graag activiteiten die zorgen voor meer contact. Denk je dat het niet kunnen leggen van contacten een tekort van de persoon is, dan organiseer je misschien wel sociale vaardigheidstrainingen. 

Denk je dat eenzaamheid wordt veroorzaakt door hechtingsproblemen, (psychodynamische benadering) dan wil je misschien wel traumahulp bieden. In elk geval denk je dan vast niet dat eenzaamheid eenvoudig is op te lossen, omdat het in de persoon zelf zit. 

Denk je dat iemand door anders te denken zich anders kan gaan voelen, (cognitieve benadering) dan ben je misschien iemand die honger wil wegpoetsen met mindfulness. Je kunt met je gedachten heel veel veranderen, maar wie eten tekort komt zal dat blijven voelen. Wie mensen tekort komt ook. 

Rijks is eigenwijs:

Mijn opvatting is en blijft: ongeacht de oorzaak of de aard van eenzaamheid zoeken mensen naar een oplossing: passende relaties. Ieders opgave is het dus om op zoek te gaan naar de eigen behoeften en kansen en naar de mogelijkheden om te bereiken wat je nodig hebt. Dat is een ontwikkelingsgerichte benadering, waarbij het vinden van passende patronen van verbinding met andere mensen het doel is. Met of zonder hulp.

Die hulp kan blijken tijdens het proces van zoeken: er kan traumaverwerking nodig zijn, lessen in sociale vaardigheden, meer zelfkennis of algemene life skills… passend bij de persoon op dat moment. Pas in laatste instantie, als een oplossing niet mogelijk blijkt, is acceptatie een optie. 

Voorbeeld

In bovenstaande definitie is eenzaamheid ‘een tekort aan patronen van verbinding met andere mensen’. Dat betekent dat de ultieme oplossing van eenzaamheid is te vinden in ‘patronen van verbonden zijn met andere mensen’. Welke mensen, en hoe, dat is de vraag. Een robot kan in deze definitie dus nooit een oplossing zijn van eenzaamheid. (Dat kan overigens wel een hulpmiddel zijn om ondersteuning te bieden als er geen oplossing mogelijk is!)

Aanpak van eenzaamheid in Nederland – geschiedenis

Kerken en groeperingen die zich het lot van arme en ‘eenzame mensen’ aantrekken zijn er al eeuwen in ons land. Van oudsher zijn vrijwilligers organisaties als Humanitas, De Zonnebloem en allerlei lokale organisaties actief in het bieden van hulp aan mensen in nood. Veel van hen zijn dan ook van mening dat hulp en ondersteuning bij eenzaamheid iets is dat zij ‘in hun pakket hebben’. 

In 2000 leverde “aanpak eenzaamheid” als zoekterm nauwelijks iets op. De tien jaren daarop ontstond een hausse aan belangstelling in de media. Toch was er voor mensen die op zoek waren naar hulp voor zichzelf of een naaste nauwelijks informatie te vinden. In 2003 werd de eerste Nederlandse website gepubliceerd die hierin verandering wilde brengen. Een particulier initiatief, zonder financiële steun.

In 2009 werd de Stichting Eenzaamheid.info opgericht, om door delen van kennis de aanpak van eenzaamheid te ondersteunen. De website eenzaamheid.info is tot de dag van vandaag actief in het delen van kennis over allerlei aspecten van eenzaamheid. 

Coalitie Erbij 

In 2008 besloot een aantal grote partijen samen op te trekken om subsidiegelden te verwerven voor activiteiten die eenzaamheid onder de aandacht brachten, onder de naam Coalitie Erbij. Organisaties zoals Humanitas, Nationale Vereniging de Zonnebloem, Leger des Heils en het Nationaal Ouderenfonds, gesteund door KPMG gingen het thema eenzaamheid agenderen. Resto VanHarte, Sociaal Werk Nederland, Sensoor/Landelijke Luisterlijn en KPN Mooiste Contact Fonds waren al snel kernleden. 

Alle bij de oprichting betrokken organisaties hebben jarenlange ervaring in het ondersteunen van mensen in allerlei situaties. Hun overtuiging is altijd geweest dat zij zelf al een aanpak tegen eenzaamheid vormen. Het heeft jaren geduurd voordat bij leden van deze coalitie het inzicht ontstond dat eenzaamheid een complex probleem is dat zich helaas niet eenvoudig laat oplossen door meer contacten te bieden. Toch waren er in de loop van de jaren zeker mensen die hierop wezen, zoals bijvoorbeeld al in 2007 Prof. Theo van Tilburg en Prof. Tineke Fokkema, en nog eens in 2009 door Tineke Fokkema en Pearl Dykstra.  

WMO

Op grond van de WMO, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, is de gemeente verantwoordelijk voor het aanpakken van eenzaamheid bij haar inwoners. Feitelijk is dat de enige wettelijke regeling voor de aanpak van eenzaamheid die ons land kent. In de praktijk komt het erop neer dat veel van die ondersteuning wordt uitbesteed aan het plaatselijke welzijnswerk, dat vaak weer doorverwijst naar lokale en landelijke vrijwilligersorganisaties voor hulp en ondersteuning. Deze nadruk op mensen die voor ondersteuning een beroep op de gemeente doen, maakt dat het denken over eenzaamheid vaak ook denken over mensen in achterstandsposities is.

De WMO is een wet die gemeenten opdraagt ze zorgen voor haar inwoners, en hoewel niet met name genoemd, is dat toch vaak een moderne voortzetting van het oude armenbeleid. Mensen die zelf, om wat voor reden dan ook, niet in staat zijn zonder steun hun leven in te richten moeten worden ondersteund. Veel welzijnsinstellingen presenteren zich als organisaties die voor de hele gemeente werken, en soms is dat ook zo, maar in de praktijk is het werk van dergelijke organisaties sterk gericht op mensen in achterstandssituaties.  

Daarmee is er dus wel degelijk een wettelijke basis voor het recht op hulp voor alle inwoners vanuit de eigen gemeente, in werkelijkheid is er vaak geen professioneel aanbod. Op gemeente.nu is te zien hoe gemeenten anno 2022 de hulp bij eenzaamheid inrichten. 

Landelijk actieprogramma

Eenzaamheid aanpakken was dan weliswaar niet succesvol, eenzaamheid op de nationale agenda zetten was dat wel degelijk. Dankzij hardnekkig volhouden en niet te vergeten enkele stevige subsidierondes, is eenzaamheid een onderwerp geworden waar de Rijksoverheid niet meer omheen kan. In 2018 werd de Coalitie Erbij beëindigd en werd het werk overgenomen door eentegeneenzaamheid.nl, een zogenaamd actieprogramma dat los van alle reguliere gezondheidsondersteuning en beleid door de minister is opgetuigd voor de periode tot 2022. Intussen blijkt dat van een verlenging van die periode met twee jaar sprake is.

Eigenlijk werd uitgegaan van het voortzetten van de uitgangssituatie: de oorspronkelijk betrokken maatschappelijke partijen die zich, meestal om niet, met behulp van vrijwilligers, inzetten voor mensen die zich eenzaam voelen worden gesteund. Met een bijzondere uitbreiding.

Sinds de start van de landelijke coalitie is een sterke lobby ingezet om veel meer en ook heel andere landelijke partijen te betrekken bij deze werkwijze, waarmee de aanpak van eenzaamheid duidelijk is neergezet als een opdracht aan maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven. Daarnaast wordt door de Rijksoverheid dringend een beroep gedaan op gemeenten om zich aan te sluiten bij deze partijen. 

Bij dat alles is anno 2022 formeel nog steeds “de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken” doel van dit programma. Informeel is er, achter de schermen, meer aandacht voor een andere doelgroep, namelijk jongeren. Dat blijkt uit het benoemen van Gerine Lodder en Maaike Verhagen als nieuwe adviseurs van het programma. Beiden zijn bekend om hun aandacht voor jongeren en eenzaamheid. 

De markt

Het lijkt logisch dat als mensen ergens behoefte aan hebben, dat er dan een markt voor ontstaat. En natuurlijk is die markt er. Eenzaamheid wordt tenslotte opgelost als je verbinding hebt met anderen. Dus ligt het voor de hand om precies dat te zoeken. Lang voor het internettijdperk waren er de kranten met de annonces (m zkt v v vrsch. cont.) en de bemiddelingsbureaus die mensen bij elkaar brachten. Sinds twintig jaar is het aantal datingsites en -apps niet te tellen. De consumentenbond onderzocht er een aantal. 

Voor mensen die zelf prima in staat zijn om relaties aan te gaan en te onderhouden is dat aanbod prachtig. Voor mensen die zich te eenzaam voelen om daar gebruik van te maken is het uiteraard geen oplossing. 

In 2010 was er vrijwel niemand die zich aanbood als therapeut of coach als hulp bij eenzaamheid. Tien jaar later is er een niet te tellen aantal coaches en therapeuten die zich via internet en kranten aanbieden voor hulp bij eenzaamheid. Waar zij hun opleiding hebben gevolgd om die hulp effectief te kunnen bieden wordt vaak niet vermeld. 

Sinds 2004 is er een groeiend aanbod aan online cursussen om eenzaamheid te helpen aanpakken, dan wel om vrienden te maken. Ze worden vaak aangeboden door het welzijnswerk. Veel van die cursussen gaan ervan uit dat oefenen in het leggen en onderhouden van contacten de oplossing is voor eenzaamheid. Wie op internet zoekt naar hulp om de eigen eenzaamheid op te lossen vindt niet veel hits. 

Meer en meer gezelschapsdames beiden zich aan, met name voor ouderen. Ook allerlei organisaties bieden aan mensen, al dan niet gratis, langs te sturen voor een praatje. 

Supermarkten stellen speciale kassa’s open voor ouderen die om een praatje verlegen zitten

Gezien de cijfers lijkt het er niet op dat eenzaamheid ook maar iets is afgenomen. Dat betekent dat ook de markt er tot nu toe niet in is geslaagd het probleem wezenlijk op te lossen. 

Kennis van de complexiteit van eenzaamheid

Ondanks eeuwen van ondersteuning en hulp aan ‘eenzame mensen’ is de situatie niet rooskleurig. De cijfers van eenzaamheid zijn jaar in, jaar uit, hoog: van de Nederlandse bevolking voelt ca. 47% zich te vaak eenzaam. Dat vraagt om een oplossing. 

Wie een probleem wil (helpen) oplossen doet er goed aan het probleem op zijn minst te doorgronden. Pas de afgelopen dertig jaar ongeveer is onderzoek en theorievorming rond eenzaamheid in diverse takken van wetenschap goed op gang gekomen. Het vertalen van die nieuwe kennis naar organisaties die hulp verlenen bij eenzaamheid valt niet mee. Remmende factoren daarbij zijn:

  • eenzaamheid is veel complexer dan je op het eerste gezicht zou denken
  • wie denkt dat ie de kennis al in huis heeft gaat geen nieuwe kennis halen
  • zeer complexe kennis is lastig te leren; het kost tijd en geld
  • gebrek aan een vergoedingssysteem voor hulp belemmert professionalisering

Artsen hoeven niets te weten over eenzaamheid

Dat alles betekent dat kennis bij ‘het werkveld’ (artsen, therapeuten, hulpverleners in zorg en welzijn) traag doorkomt. Afgezien van pioniers die ondanks gebrek aan financiering met hun hele hart proberen kennis te delen, is er een stevige rem op professionalisering. De Rijksoverheid dringt vooral aan op vrijwilligerswerk en bijdragen van het bedrijfsleven. 

Dat betekent dat er voor de aanpak van eenzaamheid sterk wordt geleund op welzijnsorganisaties die met behulp van incidentele financiering iets willen betekenen voor hun cliënten, en op vrijwilligersorganisaties die zich veelal inzetten voor contactmogelijkheden, met name voor mensen die moeite hebben te participeren in de samenleving. 

Vormen van aanpak van eenzaamheid

Iedereen is het over één ding eens: eenzaamheid is normaal en hoort bij het leven. Waarom zou je dat willen ‘aanpakken’? Nou zijn er wel meer dingen die bij het leven horen en die we toch bestrijden. Allerlei ziektes bijvoorbeeld. Je kunt tenslotte stellen dat ziektes ook bij het leven horen, maar dat is geen reden om ze zonder meer te accepteren. Bij ziektes geldt dat we ze bestrijden en alleen als we daar niet in slagen, we ze zullen moeten accepteren. Dat wil niet zeggen dat we bij elk pijntje naar de dokter rennen.

Zo ook is eenzaamheid geen reden tot medisch ingrijpen. Maar wat als die eenzaamheid niet over gaat? Als er wel degelijk gezondheidsproblemen ontstaan? Dan hangt het af van je visie op eenzaamheid hoe je dat denkt te kunnen doen. Maar eerst… is eenzaamheid niet te voorkomen?

Preventie van eenzaamheid

Dat leidt tot de vraag: kunnen we die gezondheidsproblemen vóór zijn? Is er preventie van eenzaamheid mogelijk? Wetend wat eenzaamheid is kun je daar een simpel antwoord op geven: nee. Eenzaamheid is niet te voorkomen. Iedereen voelt zich wel eens eenzaam, omdat er in onze relaties altijd wel eens iets niet helemaal 100% in orde is. We hunkeren naar een vriendje, maar lopen alleen met de hond langs de straat. We verlangen terug naar onze overleden partner. We missen onze beste vriend, want die is pas verhuisd. 

Wat je wel kunt voorkomen is dat eenzaamheid een probleem wordt. Dat kan maar op één manier, namelijk door te leren omgaan met relaties. Door te leren hoe belangrijk relaties zijn, hoe je ze maakt en ze onderhoudt. Door te leren welke relaties jij als individu nodig hebt en hoe je die realiseert. Door te leren hoe je omgaat met verlies of bedreiging van relaties en hoe je hulp vraagt als je er zelf niet uit komt. 

Preventie van problematische eenzaamheid bestaat uit het leren van social life skills. Het liefst zo vroeg mogelijk. Ouders moeten het hun kinderen leren. Scholen moeten het met hun leerlingen in praktijk brengen. Werkgevers moeten het ondersteunen. Artsen moeten het weten zodat ze kunnen verwijzen naar hulp als dat nodig is.

We moeten met zijn allen systematisch sturen op verbeteren van de manier waarop we met elkaar omgaan. Dat is veel keer ‘moeten’. Niet voor niets. Het gaat om essentiële vaardigheden. Dat is geen vaag geneuzel, het betreft eenvoudige dingen die iedereen kan leren, maar waar nu vrijwel geen aandacht voor is in ons denken. 

Helpt dat?

Er is voldoende onderzoek dat de werking van dit soort programma’s ondersteunt. In 2021 liep er onder auspiciën van het ministerie van Justitie een project om te trachten het aantal echtscheidingen terug te dringen. Om de maatschappelijke en financiële gevolgen van echtscheidingen te voorkomen. In dit project was veel aandacht voor preventie. Volgens het ministerie:

“Onderzoek wijst uit dat het aanleren van sociale en emotionele vaardigheden in het onderwijs zorgt voor vermindering van probleemgedrag en bevordering van sociaal gedrag. Daarom is de leerlijn Relatievaardigheden ontwikkeld. Deze is bedoeld voor het primair, voortgezet en hoger onderwijs en geeft adviezen, lesideeën en achterliggende theorieën mee om kinderen relatievaardigheden aan te leren.”

Drie wetenschappers hebben zich ingezet om een voorstel te doen voor het inzetten van relatievaardigheden in (de curricula van) alle lagen van onderwijs. In een video geleid door Frénk van der Linden werd dat document met de wereld gedeeld.

Leerlijn relatievaardigheden

Het is een schitterend en bijzonder compleet document (download het hier) dat het verdient om niet in het grijs archief te verdwijnen. Als we dit zouden toepassen, misschien ietsje uitgebreid met recente kennis over eenzaamheid en relaties en misschien iets aangepast om de nadruk op scheiding weg te neme, dan zou dat fantastische preventie van eenzaamheid zijn.

Relatievaardigheden houdt meer in dan wat we gebruikelijk verstaan onder sociale vaardigheden. De website wij-leren laat meteen zien wat het verschil is. Sociale vaardigheden zijn volgens hen: 

“Sociale vaardigheden zijn vaardigheden die betrekking hebben op de omgang en communicatie met anderen. Het gaat hierbij om het hebben van inzicht in andere mensen en de gevoelens van anderen en het beïnvloeden daarvan.

Relatievaardigheden gaan om veel meer. Ze gaan over het wederzijds belang van het hebben van goede relaties. Het gaat daarbij om zelfkennis, om kennis van de eigen behoeften en wensen, om begrijpen hoe relaties bepalend zijn voor het levensgeluk van jezelf en de ander, over het waarderen van relaties, hebben van respect, luisteren en begrijpen van de wensen en behoeften van anderen en vervolgens hoe je vorm geeft aan goede relaties. 

Hoe is preventie in ons land geregeld? 

Nauwelijks. De toepassing ervan, of van welke andere vorm van life skills lessen – levensvaardigheden – in het Nederlandse schoolsysteem is niet structureel geregeld. Er zijn scholen die een aanbod hebben, maar het is geen verplicht onderdeel van het curriculum. Er is wel de opdracht aan scholen om aan sociaal welzijn te werken, maar in het curriculum voor het Nederlandse onderwijs is het begrip relatievaardigheden een onbekende term. 

Preventie van eenzaamheid in de vorm van lessen relatievaardigheden aan volwassenen zijn niet te vinden. Onder het kopje: persoonlijke ontwikkeling is uiteraard van alles te vinden waar ook relatievaardigheden zijn opgenomen. 

Vroege aanpak van eenzaamheid

Als je eenzaamheid beschouwt als het gevolg van een gebrek aan contacten, ligt de oplossing voor de hand: contact regelen. En inderdaad is veel van wat als aanpak van eenzaamheid wordt beschouwd (en vaak ook wordt gesubsidieerd), van die soort. Als mensen niet in staat zijn de deur uit te gaan, dan is het fijn als er vervoer is. Als mensen door omstandigheden hun relaties niet kunnen onderhouden is het fijn als er afleiding is in de vorm van bezoek. 

Mensen zouden de kans moeten krijgen om hun eigen keuzes te maken, hun eigen relaties te kiezen en op hun eigen manier richting te geven aan hun leven. (Vroege) eenzaamheid oplossen is een zaak van de persoon zelf. Het hoort tot de normale levensvaardigheden om te kunnen omgaan met tegenslag, met ziekte, met verlies van relaties.

Troost en steun bieden is natuurlijk prima, zeker als mensen na een lange relatie er opeens alleen voor staan. Afleiding bieden kan zeker zinvol zijn. Maar nieuwe relaties aangaan is een zaak van de persoon zelf. Opgedrongen contacten en ontmoetingen kunnen de zelfstandigheid ondermijnen. 

Dat is allemaal goed en wel als die persoon geleerd heeft hoe je relaties aangaat en verzorgt. Mensen die zich eenzaam zijn gaan voelen en die niet geleerd hebben hoe je daar verandering in brengt, zouden dat alsnog moeten kunnen leren om te voorkomen dat eenzaamheid chronisch wordt, met alle gevolgen van dien. Ook hier weer is het leren van relatievaardigheden een vroege aanpak van eenzaamheid. Het kan het verschil uitmaken tussen een gelukkig leven en een leven in eenzaamheid. 

Aanpak van langdurige eenzaamheid

Wat je onder langdurig verstaat is discutabel. Eenzaamheid die niet wordt opgelost, veroorzaakt structurele veranderingen in het brein. Dat kan gebeuren na een jaar, maar snelle leerders kunnen dat in een paar maanden al voor elkaar hebben. Ook kun je van langdurige eenzaamheid spreken als kinderen al op jonge leeftijd last hebben gehad van eenzaamheid en daar op latere leeftijd weer mee worden geconfronteerd. Langdurige eenzaamheid verandert het brein en daarmee ook de persoonlijkheid van degene die zich eenzaam voelt. Dat heeft consequenties voor hoe eenzaamheid aangepakt kan worden. 

Contacten aanbieden als aanpak van eenzaamheid

Soorten ‘aanpak ’die hieronder vallen zijn: bezoekjes, mensen meenemen naar uitjes, dagje uit, contactmogelijkheid in de buurt realiseren, buurtvervoer, mensen met elkaar in contact brengen, lotgenotencontact organiseren, apps of websites om contact te leggen, kopjes koffie aanbieden aan lange tafels, soep koken voor de buurt, oud en jong samenbrengen, etc. Al deze vormen gaan ervan uit dat mensen het wel weer zelf kunnen als ze maar eenmaal contact met anderen hebben. 

Verdergaande vormen van dit soort aanpak zijn: cursus contact leggen, maatjesprojecten, samenwonen in thuishuizen, gezelschapsdames, mensen leren omgaan met digitale media zodat ze hun contacten kunnen onderhouden.

Helpt dat?

Dat ligt eraan wat je verstaat onder ‘helpen’. Alles wat afleiding biedt van eenzaamheid doet die even naar de achtergrond verdwijnen en dat kan heel fijn zijn. Maar als de eenzaamheid hard terugkomt zodra de hulp is verdwenen, dan is er blijkbaar geen blijvend resultaat. Veel mensen zijn al blij iets te bereiken, en zoeken niet verder. Het is ook onwaarschijnlijk als je ziet dat er een overweldigend aanbod aan dit soort hulp bestaat, om nog vertrouwen te hebben in een mogelijke oplossing. Er zijn zelfs hoogleraren die menen dat eenzaamheid oplossen een illusie is.

Maar is eenzaamheid wel een gebrek aan contacten? En is dat dan wel een probleem? Op beide vragen is het antwoord: nee, waarschijnlijk niet. Wat is dan het echte probleem? Eenzaamheid betekent dat je veel contacten kunt hebben en je toch eenzaam voelen. Het betekent ook dat je weinig contacten kunt hebben en totaal geen last van eenzaamheid. Zo maar contacten leggen zonder je af te vragen of dat in een behoefte voorziet geeft een grote kans op mislukking. En hulp die niet helpt kan werkelijk kwaad doen, zoals Rick Kwekkeboom terecht stelt.

Eenzaamheid zelf is feitelijk geen probleem. Eenzaamheid is een persoonlijk hulpmiddeltje in ons leven. Net als pijn waarschuwt het ons, en zet ons aan tot ander gedrag. Eenzaamheid duwt mensen op pad om verbinding aan te gaan. Eenzaamheid is pas een probleem als mensen niet in staat zijn om het zelf op te lossen, door welke omstandigheid dan ook.

Maar dan is het ook een enorm probleem, omdat eenzaamheid het brein verandert er daarmee de mens zelf. Die mens met dat eenzame brein komt daar niet zelf meer uit. Daarom is het nodig dat er wel degelijk een aanpak van eenzaamheid is. Een aanpak die rekening houdt met dat veranderde brein. 

Hoe pak je langdurige eenzaamheid aan?

Eenzaamheid is het gevoel dat je hebt als je gebrek hebt aan verbondenheid. Welk soort verbondenheid weet je vaak niet. Verbondenheid is er in soorten en maten en het is daarom nodig dat iemand op zoek gaat naar welke soort verbondenheid er ontbreekt, om dat te proberen die te realiseren.

Dat betekent dat eenzaamheid altijd een individuele zoektocht naar een individuele oplossing vraagt. Of eenzaamheid nu kort duurt of lang, die zoektocht hoort erbij. Wie niet gehinderd wordt door een ‘eenzaam brein’ en beschikt over relatievaardigheden, kan dat zelf. 

Helaas geldt voor mensen met een ‘eenzaam brein’, dat juist het nemen van beslissingen en leren van nieuwe dingen minder makkelijk is. Een goede aanpak van eenzaamheid bestaat dan ook altijd uit enerzijds een aanpak van dat brein, door het prikkelen van neuroplasticiteit en het bevorderen van neurogenese als anderzijds het leren omgaan met relaties. Die twee samen vormen een goede aanpak van eenzaamheid. Het maakt mensen onafhankelijk van hulpverleners en zorgt dat ze kunnen omgaan met eenzaamheid, nu en later. 

De aanpak van eenzaamheid in Nederland…

Het is geen eenvoudige wegenkaart. Eigenlijk is er geen sprake van enige regeling, afgezien van de WMO. Daar is echter niet geregeld waaruit hulp bij eenzaamheid zou moeten bestaan. Degene die zich bij het WMO loket meldt met een verzoek om hulp bij eenzaamheid moet dan ook niet verbaasd zijn als daar geadviseerd wordt vrijwilligerswerk te gaan doen. 

Eenzaamheid beschouwen als een hersenprobleem (zoals Van der Ploeg voorstelt) en opnemen in de DSM, het diagnostisch en statistisch handboek voor psychiaters en psychologen, lijkt een goede zet. Dan nemen we het eindelijk serieus en is vergoeding vanuit de zorgverzekeraar dan wel vanuit andere bron denkbaar. In de praktijk is echter nauwelijks voorstelbaar hoe een probleem dat bij 47% van de bevolking leeft kan worden ondergebracht bij de nu al krakende GGZ. 

Kortom, er is veel ruimte voor verbetering van de aanpak van eenzaamheid in Nederland. Wie daar ideeën over heeft, en graag een bijdrage wil leveren aan deze website wordt van harte uitgenodigd daarover een artikel in te dienen. 

Jeannette Rijks

Jeannette Rijks

Jeannette Rijks

Jeannette Rijks is pionier in de aanpak van eenzaamheid. Zij ontwikkelde een zeer succesvolle methodiek voor de aanpak van langdurige eenzaamheid, die op TV te zien is geweest. Ook schreef zij boeken over eenzaamheid en maakte zij de online eenzaamheidstest waarmee iedereen anoniem de eigen eenzaamheid kan meten. Met haar trainingsbedrijf, Faktor5, verzorgt zij deskundigheidsbevordering voor professionals. Want, zoals ze zelf zegt:’het kan wél!’.

Sponsored content