Hersenen man en vrouw Al ruim vijftig jaar worden in Nederland mensen ondervraagd over hun eenzaamheid. Gemeenten hebben de opdracht de gezondheid van hun inwoners te bevorderen en om die gezondheid te meten wordt regelmatig onderzoek gedaan. Een van de dingen die daarbij aandacht heeft is eenzaamheid. Dit onderzoek wordt voornamelijk uitgevoerd door de regionale GGD-en.

Omgerekend naar de Nederlandse volwassen bevolking voelt drieënhalf miljoen (!) mensen zich eenzaam, waarvan ruim een miljoen sterk eenzaam.

De jongste cijfers

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft veel van deze cijfers over eenzaamheid verzameld. Hieronder  is te zien hoe eenzaamheid is verdeeld naar leeftijd.

 

 

Onderzoek in 2012

In 2012 is in opdracht van het Leger des Heils onderzoek gedaan naar (onder meer) eenzaamheid. Hieruit blijkt dat eenzaamheid een groeiend probleem is. Sinds 2008 is het percentage mensen dat aangeeft eenzaam te zijn met 5% gestegen. Het zijn in dit onderzoek juist jongeren van 18 tot en met 24 jaar die vaker aangeven dat ze zich eenzaam voelen. Ouderen in de leeftijd van 65 tot 70 jaar voelen zich in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, minder eenzaam.

Enkele conclusies:

  • eenzaamheid komt op alle leeftijden voor
  • bij zeer ouderen is ernstige eenzaamheid meer aanwezig dan bij jongeren
  • van eenzaamheid bij kinderen weten we erg weinig

Let op: de grafiek is duidelijk, boven de 75 is het percentage mensen met last van eenzaamheid het grootst. Toch geeft dat een vertekend beeld van de problematiek. Het absolute aantal mensen jonger dan 75 die last hebben van eenzaamheid is vele malen hoger dan het aantal ouderen. Er zijn namelijk veel meer mensen onder de 75 dan 75-plussers. Dat is goed te zien in onderstaand figuur van de bevolkingsopbouw van Nederland in 2016.

(Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek)

Grof gezegd staan er dus achter elke oudere die zich eenzaam voelt tien mensen met een lagere leeftijd die zich net zo eenzaam voelen.

Tientallen jaren

Veertig jaar Nederlands onderzoek levert een genuanceerd beeld op. Eenzaamheid zou (zeer licht) afnemen, al blijft het aantal mensen dat zich eenzaam voelt nog steeds hoog. (Van Tilburg, Th. in Th. van Tilburg en J. de Jong - Gierveld (red): Zicht op eenzaamheid (2007) Assen, Van Gorcum). Een mogelijke verklaring is dat mensen tegenwoordig eerder durven toe te geven dat zij zich eenzaam voelen, terwijl hier voorheen meer een taboe op zou rusten. Een andere verklaring zou zijn, dat steeds meer mensen zijn voorbereid op een leven als alleenstaande, waardoor mensen ofwel minder hoge verwachtingen hebben ofwel op andere manieren hun verbinding met anderen vormgeven.

 In de terminologie van het RIVM (2012):

Ongeveer 30% van de Nederlanders is eenzaam

Ongeveer 30% van de Nederlanders, dat wil zeggen 3,5 miljoen op een totaal van ruim 12 miljoen volwassenen, is eenzaam. Van deze eenzamen is ongeveer 20% matig eenzaam en 10% sterk eenzaam. Omgerekend naar de volwassen bevolking is dat iets meer dan 1 miljoen sterk eenzame mensen (Van Tilburg, 2007c).'

De term "eenzame mensen" of "eenzamen" wordt door ons liever niet gebruikt.

Onderzoek naar eenzaamheid

In het kader van onderzoek naar gezondheid en sociale omgeving In Nederland is al jaren in verschillende provincies onderzoek gedaan naar eenzaamheid.  Bij dit onderzoek werd veelal gebruik gemaakt van de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld. 

Om te onderzoeken hoeveel mensen last hebben van eenzaamheid was het nodig een onderzoeksinstrument te maken dat het meten van dergelijke gevoelens mogelijk maakte. De definitie die daarvoor wordt gehanteerd is: "een situatie van eenzaamheid is het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties." (De Jong-Gierveld) Deze definitie maakt het meten van eenzaamheid mogelijk zonder rechtstreeks de vraag te stellen of iemand eenzaam is. Men gaat er hierbij van uit dat eenzaamheid wordt veroorzaakt door een gebrek aan relaties. In feite is wat gemeten wordt het al of niet bestaande verlangen naar (meer, andere of betere) relaties.