Ben je door je genenpakketje voorbeschikt om je eenzaam te voelen of niet? Anders gezegd: is eenzaamheid erfelijk?

Genetisch of niet
beeld Lion Five via Pixabay

Onder anderen Gonneke Willemsen en Dorret Boomsma hebben over de genetische component van eenzaamheid gepubliceerd. Uit onderzoek bij tweelingen blijkt dat eenzaamheid inderdaad een genetische component heeft. Later onderzoek, uit 2016, van Abraham Palmer, liet zien dat het nogal meeviel met die genetische component. In dit onderzoek werd maar een genetisch gewicht gevonden dat nog niet de helft was van wat eerder werd gevonden, namelijk 14 to 27 procent genetisch, de rest waren omgevingsfactoren. Lees hier een artikel dat dat onderzoek beschrijft, van Heather Buschman.

Er is dus helemaal geen eensgezindheid onder researchers over de vraag in welke mate eenzaamheid een persoonlijkheidstrek is en erfelijk. Dat er een erfelijke component is, daar wil iedereen het wel over eens zijn. Ook over het feit dat de omgeving belangrijker is dan de genen zin de onderzoekers het eens.

Wat is nu wat precies?

Wat dit nu precies betekent is lastig vast te stellen en hangt samen met wat je onder eenzaamheid verstaat. Als je eenzaamheid alleen beschouwt als een signaal dat je ervaart als jouw behoefte aan menselijk contact niet wordt bevredigd, is die het vrij simpel. Het gaat dan om jouw persoonlijke maat. Dat je persoonlijke behoefte  genetisch bepaald is valt best te accepteren, en waarschijnlijk ook wel te meten.

De een voelt pijn intenser dan de ander. De een voelt eenzaamheid intenser dan de ander. In beide gevallen is het zaak de onderliggende oorzaak op te sporen en zo mogelijk weg te nemen.

Andere aspecten van het leven

Beschouw je eenzaamheid als een situatie waarin iemand niet die contacten heeft die zij of hij zou wensen, dan komen er opeens heel andere aspecten naar voren, die allemaal een genetische component kunnen hebben. Naast de ‘eenzaamheidsdrempel’ kun je je voorstellen dat ook de manier van omgaan met het leven, een algemene tendens om van het leven meer te verwachten dan redelijk is, het vermogen om af te wegen wat je zou wensen en je wensen in relatie te zien tot wat je hebt, allemaal meetellen. Al die dingen hebben waarschijnlijk ook een genetische component.

Maar goed, laten we ervan uitgaan dat inderdaad ‘eenzaamheid’, wat je er ook exact onder verstaat, voor een deel genetisch is. Dat betekent nog altijd dat het voor het grootste deel bepaald wordt door je opvoeding, je cultuur, je omgeving en door je eigen handelen. Bovendien is er niet echt een sprake van een tegenstelling tussen genetische en omgevingsfactoren, ze werken namelijk continue op elkaar in.

Wat betekent dat?

Voor iemand die zich eenzaam voelt betekent het in elk geval dat er werk aan de winkel is. Je genen kunnen dan wel tegenwerken, jij bent uiteindelijk de baas.

Een van de andere conclusies uit het onderzoek van Palmer was dat de aanleg om je eenzaam te voelen gepaard gaat met het ervaren van andere negatieve gevoelens. Anders gezegd: als je geneigd bent je eenzaam te voelen ben je ook eerder geneigd somber te zijn en negatief. De vraag of dat een ‘persoonlijkheidstrek’ is of dat deze neiging het gevolg is van zeer vroege jeugdherinneringen is niet beantwoord.

Actie!

Al met al is er geen reden bij de pakken neer te zitten, integendeel: aan eenzaamheid is heel wat te doen, en als je de neiging hebt je door je genen eerder eenzaam te voelen dan een ander is er voor jou renden om er meteen wat aan te doen. Lukt het je niet zelf, vraag dan hulp, voordat die eenzaamheid chronisch is.

Kom op voor jezelf.