Imaginaire vrienden, een pop, een robot; sociale relaties die niet relaties met mensen zijn, dat zijn parasociale relaties. Is daar wat mis mee?

Parasociale relaties
Beeld: Vidmir Raic via Pixabay

Parasociale relaties

In 1956 brachten Donald Horton en Richard Wohl[1] een artikel uit waarin ze de voor hen meest opvallende eigenschap van de tv en filmindustrie die toen in opkomst was bespraken, namelijk het fenomeen dat deze media de illusie geven van het hebben van echte relaties met de kijker. Zij bedachten daar de term ‘para-sociale relatie’ voor.

Het viel ze op dat de kijker soms de observator was van een interactie die op het scherm te zien was, maar dat er ook situaties waren waarin de kijker rechtstreeks werd toegesproken vanaf het scherm; in deze laatste situaties was de kijker nog meer – en levensecht- betrokken bij de interactie. Daarom noemde ze dit ‘para-sociale interactie’.

Voorwaarden

In hun artikel gingen ze in op de voorwaarden waar een spelleider of talkshowhost aan moest voldoen om een optimale relatie in die para-sociale interactie met de kijker te krijgen. Zo gewoon mogelijk praten, alsof je elkaar in levende lijve ontmoet, in een normaal lijkende sociale situatie, dat was de crux.

Bij dit soort relaties komt er geen enkele verplichting, inspanning of verantwoordelijkheid aan de kant van de kijker te liggen. Het is een relatie die je zonder enig risico of moeite kunt onderhouden. De relatie is volstrekt eenzijdig. Als het je niet bevalt, stop je gewoon met kijken.

Ja, ja.

Er zijn een paar omstandigheden die het hebben van een relatie met een mediapersoonlijkheid veel en veel makkelijker maken dan die met een echt persoon. Het is griezelig om te zien dat het is alsof ons brein speciaal daarvoor is gemaakt, er helemaal op is ingesteld. Eerder al heb ik het gehad over de bouw van ons brein en hoe dat volledig is ingericht op sociale interactie: over het hebben ervan, het voorbereiden erop, het denken erover, het speculeren over die van anderen, het dromen ervan.

Een onderwerp at hier nauw bij betrokken is, is dat van de spiegelneuronen. Ons brein bevat zo’n 16 miljard hersencellen. De kracht daarvan ligt in het feit dat ze met elkaar communiceren – (als ze dat niet doen is het niet best met je). Dat betekent dat ze voortdurend boodschappen aan elkaar doorgeven. Ze doen dat met behulp van zenuwcellen, neuronen, die gespecialiseerd zijn in het doorgeven van signalen.

Als die signalen vaker op dezelfde manier hun boodschappen doorkrijgen, wordt des te sneller het contact gelegd. Veelgebruikte ‘paden’ in de hersenen worden sterker zodat impulsen sneller doorgegeven worden en gedachten sneller worden verwerkt. Patronen worden zo steeds hechter vastgelegd. Dit gaat automatisch zo met alle dingen die we vaker doen en we zijn er bewust mee bezig als we dingen willen leren. Het proces beïnvloed je door je brein te oefenen.

Spiegelneuronen

Midden jaren negentig van de vorige eeuw ontdekten wetenschappers uit Parma in Italië bij toeval dat er speciale neuronen zijn die in actie komen als je iemand anders iets ziet doen. Ik zal je het hele verhaal besparen, maar het is wel leuk om te lezen, dus als je even tijd hebt zou ik zeggen, zoek het op: het gaat om Giacomo Rizzolatti en Vittorio Gallese[2].

Eigenlijk waren ze onderzoek aan het doen naar de hersenen van apen. Ze wilden zo nauwkeurig uitzoeken hoe apen een beweging in hun brein voorbereiden. Het bleek dat sommige individuele neuronen bij specifieke bewegingen actief werden. Zo vonden ze neuronen die actief waren wanneer de apen naar een pinda grepen. Weer andere neuronen vuurden wanneer de apen een pinda in hun mond stopten.

Toevallige ontdekking

Op een dag ontdekten de onderzoekers iets bijzonders. Er was bijna geen onderscheid te maken tussen de hersenen van een aap die een pinda at of een aap die zag dat de onderzoeker een pinda in zijn mond stopte. Dezelfde neuronen werden dus actief bij het uitvoeren van een handeling als bij het kijken naar die handeling: in hun hersenen aapten de apen de beweging van de onderzoeker na. Rizzolatti en Gallese gaven deze bijzondere neuronen de naam spiegelneuronen.

Deze neuronen die in actie komen als je zelf iets doet, blijken dat ook te doen als jij iemand anders iets ziet doen. Wat jij anderen ziet doen, herhaalt zich in je eigen brein. De intentie waarmee je gefocust bent op datgene wat de ander doet, bepaalt de mate waarin je eigen hersencellen actief zijn. Spiegelneuronen zijn er verantwoordelijk voor dat je kunt nadoen wat een ander doet, trek krijgt in iets lekkers als je een ander iets lekkers ziet eten of gaat gapen als een ander dat doet.

Leren door het anderen zien doen

Spiegelneuronen spelen een belangrijke rol bij sociaal begrip en interpersoonlijke relaties. Ze helpen je te begrijpen wat de ander voelt, denkt of doet. Spiegelneuronen zijn onder andere verantwoordelijk voor imitatiegedrag: als twee mensen met elkaar in een ruimte zitten en een persoon legt zijn armen over elkaar, dan is de kans groot dat de ander dit automatisch ook doet. Toen die spiegelneuronen pas ontdekt waren, was het vermoeden dat er een klein stukje van de hersenen voor dit soort neuronen was gereserveerd.

Inmiddels weten we dat deze spiegelneuronen niet alleen in een heel klein hersengebied actief zijn, ze zijn waarschijnlijk nog belangrijker dan oorspronkelijk werd gedacht. Er is veel onderzoek gaande dat zich richt op de rol van spiegelneuronen in alle soorten sociaal gedrag. Spiegelneuronen maken dat we kunnen leren en imiteren. Ze werken nog beter als we het gedrag van een ander aanvullen, dan komen ze pas echt in actie.

Empathieneuronen

Spiegelneuronen heten wel zo, maar misschien zou een andere naam beter zijn, zoals de hersenonderzoeker Vilayanur Ramachandran voorstelt. Hij vind dat ‘empathieneuronen’ een betere naam zou zijn, omdat deze neuronen ons in staat stellen letterlijk te voelen wat een ander voelt. Het klinkt leuk, al is het wat kort door de bocht. Dat spiegelneuronen een cruciale rol spelen bij ons sociale functioneren staat wel vast.

Het valt moeilijk te betwijfelen dat we wezens zijn die gemaakt zijn om relaties te vormen. En voor de hardcore existentialisten onder ons, voor hen die van mening zijn dat we in dit aardse tranendal gedoemd zijn alleen te leven, altijd op zoek maar nooit slagend in de zoektocht naar Eenwording met De Ander, voorbestemd om te leven in eenzaamheid: elk van ons is geboren uit een samensmelten van andere wezens.

We groeien in het lichaam van een ander tot we klaar zijn om zelf te ademen. Die houdt ons dicht bij zich, eerst op de huid, later af en toe achter het behang, maar altijd in relatie tot elkaar. Dat blijft zo tot we heel veel geoefend hebben in het vormen en onderhouden van allerlei soorten relaties. Dan worden we over de rand van het ouderlijk nest geduwd, om het hele verhaal van hiervoor te herhalen. Het is een netwerk van menselijke relaties waar we in terecht komen.

Leven is leven in relaties

Alles in ons leven, alles in ons brein is erop gericht om die relaties te gebruiken om zelf te groeien en om de ander te laten groeien. Het is een proces van wederzijdse afhankelijkheid, van continu leren en ontwikkelen. Alles in ons is gemaakt op het hebben en onderhouden van relaties, we kunnen niet zonder. Onze sociale ontwikkeling gaat ons leven lang door. Maar ons brein is ook lui. En relaties zijn ingewikkeld. Mensen zijn lastig. Je moet inschatten hoe ze tegenover je staan. Je moet risico’s nemen met mensen. Voordat je een relatie met ze hebt, maar tijdens ook nog. Je loopt bij mensen altijd de kans teleurgesteld te worden want ja, het blijven mensen…

Surrogaat, als suiker voor je spiegelneuronen

Alles in ons is er dus op gericht relaties te vormen. En dan is er de tv. Of een influencer op YouTube. Of een heel realistisch gamefiguur. Opeens is het supermakkelijk om relaties te vormen. Je hoeft de deur niet uit. Je hoef niet te vragen of je mee mag doen. Je loopt niet het risico dat je afgewezen wordt of zelfs maar een onaangename blik krijgt. Je kan zelfs communiceren…

Nou ja, soms kan je chatten, maar vaker is het een like uitdelen en zien dat ook anderen likes uitdelen: je bent in goed gezelschap! Ze zijn er op afroep. Je hoeft niet meer, zoals vroeger, klaar te zitten bij de tv als de uitzending begon. Ja. Live is leuker, maar niet altijd even praktisch, dus als het niet live kan dan casten we de boel gewoon.

Parasociale relaties bij gebrek aan beter

Ons brein denkt dat we relaties hebben, dat we vriendjes zijn. Daarom worden die bekende mensen gek van al die bewonderaars als ze die op straat of in de vakantie tegen komen: ze benaderen hen alsof ze dikke maatjes zijn. Dat dat allemaal eenrichtingverkeer is, zou op zich zo erg nog niet zijn, want we hebben er best plezier van. Maar er zijn een stel aspecten aan het hebben van relaties met schermfiguren die we ons waarschijnlijk niet realiseren.

Illusie

Het ene is dat we in de illusie leven dat we vrienden hebben, terwijl dat niet zo is. Ons waarschuwingssysteem – dat signaal van eenzaamheid – kan ons in de steek laten. Daardoor doen we geen moeite om echte vrienden te maken. Dat is erg. Want alleen echte vrienden geven ons de kans te oefenen in het hebben en houden van echte vriendschappen. Die geven ons de kans (en wij aan hen) om elkaar voortdurend bij te sturen en bij te schaven op sociaal vlak.

Geen feedback, geen groei

Wie voor de buis hangt krijgt geen feedback. Nergens op. Niet op je mening, als je het niet eens bent met tv. Niet op je gedrag, als je in je joggingbroek op de bank hangt en af en toe een wind laat omdat er toch niemand is. Maar erger misschien nog wel, jouw spiegelneuronen kunnen misschien best in actie komen in reactie op wat er op het scherm gebeurt, maar je lichaam krijgt niet de kans een bijdrage te leveren aan die relatie. Schenken ze een drankje in op de buis, dan doe jij dat thuis misschien ook wel. Maar dan wel helemaal voor jezelf.

Er is geen mogelijkheid tot interactie. Hoe sneu is dat. Je kans om je te polijsten aan de ander, om te oefenen in sociaal zijn, om samen te leven met anderen, die wissel je in voor neprelaties. Je hersenen zijn in slaap gesust door het gemak van parasociale interactie.

Je kunt zelfs zo ver gaan dat je cadeautjes stuurt aan die influencer, alsof het je vriendin is. Er zijn veel mensen, vooral jongeren, die dat doen. Goed beschouwd is dat heel zielig. Als je eenmaal die parasociale relatie hebt is het lastig die te verbreken, net als met echte relaties: je hebt een patroon in een relatie gevormd en dat verbreek je niet zo maar.

Beter dan niets

Er zijn omstandigheden waarin het fijn is dat je via een scherm een relatie kunt onderhouden, al is het dan een eenzijdige relatie. Onder het motto ‘iets is beter dan niets’ kun je ervoor kiezen om tv te kijken of een YouTube addict te worden of een ander die kans te geven. Soms heb je door omstandigheden niets te kiezen.

Hoe je het ook wendt of keert, het is een feit dat ieder uur dat je besteedt aan relaties met iets anders dan echte mensen ten koste gaat van je sociale ontwikkeling, van de omgang met echte mensen. Ten koste van het bouwen van relaties die wel echt zijn.


[1] Derrick, J. L., Gabriel, S., & Hugenberg, K. (2009). Social surrogacy: How favored television programs provide the experience of belonging. Journal of Experimental Social Psychology, 45(2), 352–362.

Horton, D., & Wohl, R. R. (1956). Mass communication and para-social interaction; observations on intimacy at a distance. Psychiatry MMC, 19(3), 215–229.

[2] Pellegrino, G. di, Fadiga, L., Fogassi, L., Gallese, V., & Rizzolatti, G. (1992). Understanding motor events: a neurophysiological study. Experimental Brain Research, 91(1), 176–180.