Zie je een gezichtje in het stopcontactOnze manieren van verbonden zijn met anderen volgt patronen, al zijn die lang niet altijd duidelijk voor ons. Dat begint al met de allereerste kennismaking. Uit onderzoek weten we dat wij mensen er zodanig sterk in zijn overal in eerste instantie gezichten te ontdekken, dat wij gezichten desnoods zien waar ze niet zijn. Bijvoorbeel din een stopcontact. Blijkbaar zijn we er helemaal op gebouwd om in onze omgeving in één oogopslag vriendelijke gezichten te onderscheiden van bedreigende. We bepalen dan ook in een fractie van een seconde, zonder erover na te hoeven denken, of we iemand vertrouwen of niet. Dat doen we in het verkeer, als iemand ons vriendelijk gebaart voor te gaan en we ervan uit gaan dat ie ons niet ter plekke aanrijdt. Dat doen we als we onze kinderen laten spelen bij de nieuwe buurvrouw. Dat doen we als we liefde op het eerste gezicht ervaren. Dat doen we als we onze kinderen naar de dagopvang brengen.

Die eerste ontmoeting, die eerste blik is nog maar het begin. Onze relaties hebben min of meer vaste patronen, die we gedeeltelijk in ons genenpakket, gedeeltelijk door onze cultuur (en voor het grootste deel door de interactie van die twee) hebben meegekregen. Een relatie tussen vrienden is een andere dan tussen levenspartners. Een relatie tussen moeder en kind is een andere dan tussen broers en zusters. Een relatie tussen collega’s onderling is een andere dan tussen werkgever en werknemer. Al die relaties kennen spelregels, vaste patronen, waar we ons over het algemeen zonder enig nadenken aan houden.

Relaties beïnvloeden elkaar op hun beurt weer. Je hebt een andere relatie met je vriendinnen als je allemaal vrij bent en samen uitgaat, dan wanneer een van jullie een kind heeft. De relatie de je met je kind hebt beïnvloedt de relatie die je met je vriendinnen hebt. Je hebt een andere relatie met je baas als je getrouwd bent met zijn dochter dan wanneer je een gewone werknemer bent. Of jouw relatie met je schoonvader nu meer wordt beïnvloed door het feit dat je met zijn dochter bent getrouwd, of dat jouw relatie thuis wordt beïnvloed door het feit dat je schoonvader je baas is, dat laat ik maar even in het midden. Dat het met elkaar te maken heeft voel je op je klompen aan. Je gaat als echtparen gezellig met elkaar op vakantie, tot een van de mannen overlijdt. De relaties zijn opeens anders. Het feit dat jouw relatie met je man niet meer een relatie is tussen twee levende mensen beïnvloedt de relatie met je oude vrienden. De verhouding wordt anders. Soms overleeft de relatie die klap niet.

Van de patronen in relaties zijn we ons nauwelijks bewust, tot er iets gebeurt wat ons wakker schudt. Een van de meiden op het schoolplein bepaalt op een dag dat jij er niet bij hoort en opeens negeert de hele club jou. Je hebt een promotie gekregen en opeens doen je oud collega’s vreemd tegen je. Het voelt erg ongemakkelijk. Of je bent verhuisd en gaat af en toe terug naar je ouwe kroeg, maar de sfeer is toch verdwenen. Ons hele bestaan, onze existentie, is niets anders dan leven in relaties met anderen. En dat hebben van relaties verloopt volgens patronen. Patronen waar we ons meestal niet van bewust zijn. Tot er een kink in de kabel komt.

Dat is het moment waarop we eenzaamheid voelen. Als een waarschuwing. Een signaal dat ons erop attent maakt dat we niet voldoende verbonden zijn met anderen. Niet voldoende voor onze veiligheid, niet voldoende voor ons voortbestaan, niet voldoende om ons te ontwikkelen, niet voldoende om een fijn en gelukkig leven te leiden.

Wie niet of niet op de goede manier in actie komt loopt het risico om permanent niet goed verbonden te zijn. Dat kun je met recht ‘chronisch eenzaam’ noemen.