DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders.

De DSM wordt sinds 1952 gebruikt binnen de psychiatrie om te zorgen dat een zo groot mogelijke uniformiteit wordt bereikt bij het stellen van een diagnose. Psychische problemen zijn lastig in woorden te vatten. De DSM zorgt ervoor dat symptomen duidelijk omschreven zijn, precies gedefinieerd is welk symptoom voorkomt bij welk ziektebeeld en hoeveel symptomen er moeten zijn om te spreken van een bepaald syndroom of ziektebeeld.

In de loop van de jaren is er behoorlijk wat veranderd binnen de omschrijving van de DSM. Daaruit blijkt al dat psychische problemen nu eens zus, dan weer zo worden beschouwd. Eenzaamheid heeft geen plaats binnen de DSM. Er gaan stemmen op om eenzaamheid ook op te nemen. De afgelopen 20 jaar is het onderzoek naar eenzaamheid sterk uitgebreid. We weten nu dat eenzaamheid een enorm negatieve invloed heeft op iemands leven en dat miljoenen mensen dagelijks lijden onder eenzaamheid. Of de gezondheidsrisico’s van langdurige eenzaamheid zijn enorm.

Eenzaamheid is een normale prikkel, net als honger en dorst. Eenzaamheid opnemen in de DSM lijkt dan ook niet voor de hand liggend.