Eenzaamheid is besmettelijk. Het kan even besmettelijk zijn als een verkoudheid. Dat blijkt uit een zestig jaar lopend Amerikaans onderzoek onder ruim vijfduizend mensen (Journal of Peronality and Social Psychology, december 2009).

Psycholoog en expert in eenzaamheid John Cacioppo van de universiteit van Chicago en collega’s gebruikten gegevens uit de Framingham Heart Study. Dit onderzoek startte in 1948 in het stadje Framingham en was bedoeld om de risico’s op hart- en vaatziekten van de bevolking in kaart te brengen. Ruim vijfduizend Amerikanen namen deel aan het onderzoek. Inmiddels hebben deze proefpersonen ruim vijfduizend kinderen gekregen. Bij deze tweede generatie is ook het (sociaal) leven in kaart gebracht. Elke twee tot vier jaar namen de onderzoekers met deze generatie contact op en verzamelden informatie over hen en hun vrienden.

Zo ontdekte Cacioppo dat er zoiets als een besmettelijkheid van eenzaamheid bestaat. Mensen die zich eenzaam voelen, zoeken een vriend of buur op. Maar die spaarzame vriend of buurtgenoot belasten ze vervolgens met hun negatieve gedachten. Daardoor ontwikkelt ook die ander gevoelens van eenzaamheid en raakt ook steeds verder sociaal geïsoleerd.

Het gaat in tegen je intuïtie. Maar juist door met anderen samen te zijn, kun je eenzamer worden. Het is precies de reden waarom lotgenotencontact bij eenzaamheid zo slecht is.

Het is ook precies de reden dat mensen die zich eenzaam voelen deskundige begeleiding nodig hebben, om er uit te komen. Omdat eenzaamheid besmettelijk is, is het niet verantwoord als interventie eenzame mensen met anderen in contact te brengen zonder goede deskundige begeleiding. Meer weten over deskundigheidsbevordering? Kijk hier.