Prof. dr. Thomas Scharf is hoogleraar Sociale Gerontologie en directeur van het Ierse Centrum voor Sociale Gerontologie bij NUI Galway, Ierland. Hij is afgestudeerd in Duits en in Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Newcastle-upon-Tyne en heeft een doctoraat in de politieke wetenschappen van Aston University.  Zijn onderzoek omvat het gebied van sociale gerontologie, sociaal beleid en politieke wetenschappen.



Eenzaamheid: Wat we nog moeten ontdekken

(klik hier voor het Engels origineel)

Er is een groeiende wetenschappelijke basis met betrekking tot problemen rond eenzaamheid en ouder worden. Er zijn echter nog een aantal belangrijke leemten in de kennis die ons vermogen om effectieve interventies om eenzaamheid aan te pakken beperkt. Naar mijn mening zijn er ten minste vier gebieden waarop onderzoek zich zou kunnen richten:

  • Ten eerste is het nuttig om eenzaamheid niet alleen te beschouwen als een op zichzelf staand probleem. Eenzaamheid kan worden gezien als een onderdeel van een reeks met elkaar verbonden vormen van achterstanden die mensen kan treffen als ze ouder worden. Bijvoorbeeld, het is aangetoond dat de armoede van invloed kan zijn op  het vermogen van ouderen om deel te nemen aan het 'normale' sociale leven. Inzicht in de manier waarop eenzaamheid invloed heeft op andere aspecten van achterstand kan behulpzaam zijn bij beleidsvorming. In het hier gebruikte voorbeeld is de wetenschap dat gebrek aan inkomen gerelateerd is aan eenzaamheid reden om de aandacht te richten op de preventieve rol van sociale verzekeringsuitkeringen.
  • Ten tweede is er behoefte aan de kennis over omgevingsinvloeden op eenzaamheid te ontwikkelen. Steeds meer onderzoeksresultaten wijzen erop hoe de prevalentie van eenzaamheid varieert tussen verschillende soorten gemeenschappen. Onderzoek moet worden uitgebreid naar een breder scala van settings waarin mensen ouder worden, met inbegrip van stedelijke en landelijke en institutionele en niet-institutionele instellingen. Beleidsmakers kunnen dan beter begrijpen waarom eenzaamheid een punt van zorg is in de gemeenschappen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.
  • Ten derde, gevoeligheid voor eenzaamheid varieert over de levensloop en tussen leeftijdsgroepen. Als we de factoren willen bgrijpen die het meest gerelateerd zijn aan het ontstaan van eenzaamheid, dan moeten we beter gebruik maken van longitudinale studies van het ouder worden, zoals de LASA (Nederland), ELSA (Engeland) en Tilda (Ierland). Maar bij deze onderzoeken is verbetering van zowel hun conceptualisering als van metingen van eenzaamheid nodig om informatie te leveren die vergelijkbare resultaten geeft.
  • Ten slotte, veel studies naar eenzaamheid putten uit resultaten van onderzoek dat gemaakt is om de prevalentie van eenzaamheid te meten en te kijken naar factoren die samenhangen met het vóórkomen van eenzaamheid. Dit is uiteraard waardevol, maar het geeft vaak geen inzicht in het ontstaan van eenzaamheid en wat de gevolgen van eenzaamheid zijn op het dagelijks leven van het individu. Dit soort onderzoeksgegevens alleen hebben weinig voorspellende waarde als het gaat om eenzaamheid bij ouderen. Kwalitatieve studies, of onderzoek dat een verband legt tussen survey data en kwalitatieve gegevens, zullen waarschijnlijk van groter nut zijn in voor de agenda van het eenzaamheidsonderzoek in de komende jaren. Dit onderzoek kan vooral nuttig zijn voor zowel beleid als voor de praktijk, omdat het grootschalige, algemene informatie combineert met een beter begrip van de factoren die een rol spelen op individueel niveau.